ECLI:NL:RBROT:2021:2694
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. IJspeerd
- M.G.L. de Vette
- A.M.J. Adriaansen
- Rechtspraak.nl
Boete opgelegd voor niet verstrekken bescheiden en openbaarmaking inspectiegegevens Wml
De rechtbank Rotterdam heeft op 22 maart 2021 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiseres een boete van €149.000,- opgelegd kreeg wegens het niet tijdig verstrekken van bescheiden aan de Inspectie SZW, zoals vereist op grond van artikel 18b, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml).
Het geschil betrof de vraag of eiseres terecht als werkgever werd aangemerkt voor negentien werknemers die naar redelijk vermoeden arbeid voor haar hadden verricht. Verweerder baseerde dit op rittenstaten, verklaringen van dienstbetrekking en telefoniefacturen. Eiseres voerde tegenbewijs aan, maar de rechtbank oordeelde dat het vermoeden van werkgeverschap terecht was en dat eiseres onvoldoende tegenbewijs had geleverd.
Daarnaast stelde eiseres dat zij aan de vordering tot het verstrekken van bescheiden had voldaan of daarop gerechtvaardigd mocht vertrouwen. De rechtbank verwierp dit en oordeelde dat de vordering duidelijk was en dat eiseres niet aan haar verplichtingen had voldaan. De boete werd daarom niet gematigd. Tot slot werd het besluit tot openbaarmaking van inspectiegegevens bekrachtigd, omdat de wetgever transparantie voorop stelt en geen ruimte laat voor belangenafweging.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de boete van €149.000,- en de openbaarmaking van inspectiegegevens.