De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om ondertoezichtstelling van de minderjarige voor twaalf maanden en machtiging tot uithuisplaatsing binnen het netwerk voor negen maanden. De minderjarige verblijft in een pleeggezin en heeft een ontwikkelingsachterstand door een belast verleden. De moeder kampt met chronische psychiatrische problematiek en kan onvoldoende zorg bieden.
De moeder is gemotiveerd tot behandeling en wil de zorg voor haar kind hervatten, maar vertoont een patroon van het accepteren en vervolgens afwijzen van hulpverlening. De gecertificeerde instelling en de Raad ondersteunen het verzoek tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke criteria is voldaan en stelt de minderjarige onder toezicht voor twaalf maanden.
De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verleend voor zes maanden, korter dan verzocht, omdat de moeder en het kind baat hebben bij duidelijkheid en passende hulp. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en de zaak wordt aangehouden tot 1 augustus 2021, wanneer een rapportage over de stand van zaken wordt verwacht.