Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Het verloop van het geding
- de dagvaarding van 22 september 2020, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- de door beide partijen voor de mondelinge behandeling overgelegde producties.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil over het gebruik van woonruimte aan twee adressen, waarbij eiser een verklaring voor recht vordert dat gedaagde een deel van de woning zonder recht of titel bewoont. Gedaagde stelt dat hij beide delen huurt en beroept zich op rechtsverwerking.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de huurovereenkomst oorspronkelijk alleen betrekking had op één adres, maar dat gedaagde gedurende ruim dertien jaar ook het andere adres heeft gebruikt met stilzwijgende toestemming van verhuurder en diens rechtsvoorgangers. Reparaties en sleutelgebruik bevestigen het gebruik van beide delen.
De verhuurder heeft niet tijdig actie ondernomen tegen het gebruik van het extra deel en heeft daarmee zijn recht om zich hierop te beroepen verwerkt. Hierdoor wordt het beroep van eiser afgewezen en wordt aangenomen dat de huurovereenkomst inmiddels beide adressen omvat.
De rechtbank veroordeelt eiser in de proceskosten en wijst de vorderingen af. Het vonnis is gewezen door mr. dr. P.G.J. van den Berg en op 24 maart 2021 uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot verklaring voor recht dat een deel van de woonruimte zonder recht wordt bewoond wordt afgewezen wegens geslaagd beroep op rechtsverwerking.