ECLI:NL:RBROT:2021:2831

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
31 maart 2021
Publicatiedatum
31 maart 2021
Zaaknummer
C/10/582110 / HA ZA 19-853 eindvonnis
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:178 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling en toewijzing woning na overlijden met vaststelling overbedeling

Na het overlijden van de gezamenlijke eigenaar is de verdeling van de woning aan de [adres] te Hellevoetsluis aan de orde gekomen. Eiseres en gedaagde zijn gezamenlijk eigenaar geworden van de woning. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdeling niet op grond van artikel 3:178 lid 3 BW Pro met drie jaar wordt uitgesloten, waardoor de primaire vordering van eiseres wordt toegewezen.

Omdat partijen het niet eens waren over de waarde van de woning, is een deskundige benoemd die de woning heeft getaxeerd op een marktwaarde van €179.000,- met peildatum 18 augustus 2020. Beide partijen hebben zich kunnen verenigen met deze waarde. Op basis hiervan is het bedrag aan overbedeling berekend en vastgesteld op €40.839,24, dat gedaagde aan eiseres moet betalen.

De woning en de bijbehorende hypotheekschuld van €93.000,- worden aan gedaagde toegewezen. De rechtbank wijst de reconventionele vorderingen van gedaagde af en compenseert de proceskosten tussen partijen, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt. Gedaagde wordt daarnaast veroordeeld tot betaling van de helft van de kosten van het deskundigenrapport, zijnde €275,-.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.

Uitkomst: De woning wordt toegewezen aan gedaagde en gedaagde moet €40.839,24 aan eiseres betalen als overbedeling.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
Zittingsplaats Rotterdam
zaaknummer / rolnummer: C/10/582110 / HA ZA 19-853
Vonnis van 31 maart 2021
in de zaak van
[naam persoon A],
wonende te [land A] ,
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
procesadvocaat mr. J.G. Geerdes te Almere,
advocaat mr. G. de Hoogd te Aruba,
tegen
[naam persoon B],
wonende te [woonplaats B] ,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
advocaat mr. M. van Gastel te Hellevoetsluis.
Partijen zullen hierna [naam persoon A] en [naam persoon B] genoemd worden.

1..De verdere procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
 het vonnis van 13 mei 2020 en de daaraan ten grondslag liggende producties;
 het taxatierapport van de heer ing. [naam persoon C] , werkzaam bij Xtra Makelaardij te Hellevoetsluis, van 21 september 2020;
 de beschikking loonbepaling van 2 december 2020 (€ 550,-);
 de conclusie na deskundigenbericht van [naam persoon A] ;
 de conclusie na deskundigenbericht van [naam persoon B] .
1.2.
De rechtbank heeft de datum van dit vonnis vervolgens nader bepaald op heden.

2..De verdere beoordeling

2.1.
In het vonnis van 13 mei 2020 (hierna: het tussenvonnis) is overwogen dat de door [naam persoon A] gevorderde verdeling van de woning aan [adres] te Hellevoetsluis (hierna: de woning), waarvan hij en [naam persoon B] na het overlijden van erflater (de heer [naam erflater] ) gezamenlijk eigenaar zijn geworden, niet op grond van artikel 3:178 lid 3 BW Pro met drie jaar wordt uitgesloten. Overwogen is dat dit betekende dat de primaire vordering van [naam persoon A] in conventie wordt toegewezen en de woning en de daaraan gekoppelde hypotheekschuld worden toebedeeld aan [naam persoon B] . Omdat partijen nog verdeeld waren over de vraag voor welk bedrag [naam persoon B] ten titel van overbedeling aan [naam persoon A] moet betalen, is in het tussenvonnis overwogen dat het bedrag aan overbedeling als volgt moet worden berekend: de helft van de waarde van de woning vermeerderd met het bedrag dat [naam persoon B] nog aan [naam persoon A] verschuldigd is (de opbrengst van de BMW en de helft van het saldo op [bankrekeningnummer] ) en verminderd met de schulden van de nalatenschap die [naam persoon B] toekomen. Dit ziet er als volgt uit:
helft waarde woning + € 302,50 – € 48.963,26 = het bedrag aan overbedeling
2.2.
Partijen zijn het niet samen eens geworden over de waarde van de woning, zodat de rechtbank in het tussenvonnis een deskundigenonderzoek heeft bevolen en de heer ing. [naam persoon C] van Xtra Makelaardij te Hellevoetsluis heeft benoemd tot deskundige. Deze deskundige heeft onderzoek gedaan naar de economische waarde van de woning, met als peildatum de dag van de taxatie.
2.3.
De deskundige heeft op 21 september 2020 zijn taxatierapport van de woning ingediend bij de rechtbank, nadat hij partijen in de gelegenheid heeft gesteld om hierop te reageren. Alleen [naam persoon A] heeft van deze gelegenheid gebruikt gemaakt. De deskundige heeft in zijn taxatierapport de woning getaxeerd op een marktwaarde van € 179.000,- met als peildatum 18 augustus 2020.
2.4.
[naam persoon A] en [naam persoon B] hebben in hun conclusies na deskundigenbericht beiden verklaard dat zij zich kunnen verenigen met een waarde van € 179.000,-, zodat de rechtbank deze waarde uit het taxatierapport van de deskundige overneemt.
2.5.
Het bedrag aan overbedeling wordt als volgt berekend. Uitgaande van de helft van de waarde van de woning wordt het bedrag aan overbedeling vastgesteld op € 40.839,24 (€ 89.500,- + € 302,50 – € 48.963,26 = € 40.839,24). [naam persoon B] zal worden veroordeeld om dit bedrag aan [naam persoon A] te betalen.
2.6.
[naam persoon B] heeft in haar conclusie na deskundigenbericht nog een keer verzocht om de verdeling uit te sluiten op grond van artikel 3:178 lid 3 BW Pro. De rechtbank heeft in het tussenvonnis echter al op deze reconventionele vordering beslist en dit beroep gepasseerd, omdat het niet wenselijk is dat [naam persoon A] misschien wel tot het overlijden van [naam persoon B] in de onverdeeldheid moet blijven. In wat [naam persoon B] thans heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding om dit oordeel te herzien. In het tussenvonnis is de omstandigheid dat [naam persoon B] geen hypotheek zou kunnen krijgen immers al meegewogen. Daarnaast blijkt uit de door [naam persoon B] overgelegde mail van SNS Bank alleen dat [naam persoon B] de hypotheek niet kan oversluiten/verhogen, maar heeft [naam persoon B] niet onderbouwd dat er geen andere mogelijkheden zijn om de waarde van de overbedeling aan [naam persoon A] te betalen.
2.7.
De woning en de daaraan gekoppelde hypotheekschuld zullen dus aan [naam persoon B] worden toebedeeld en [naam persoon B] wordt veroordeeld om € 40.839,24 aan [naam persoon A] te betalen ten titel van overbedeling. Nu de primaire vordering in conventie van [naam persoon A] wordt toegewezen, hoeft op de subsidiaire vordering in conventie (verkoop woning) niet meer te worden beslist. In het tussenvonnis is voorts reeds overwogen onder rechtsoverweging 5.21. dat de door [naam persoon A] in conventie gevorderde gebruiksvergoeding wordt afgewezen.
2.8.
De reconventionele vorderingen van [naam persoon B] worden tevens afgewezen. Ter onderbouwing hiervan wordt verwezen naar het tussenvonnis waarin reeds is overwogen waarom deze vorderingen worden afgewezen.
2.9.
De rechtbank ziet in de omstandigheden van deze zaak voldoende aanleiding om de proceskosten in zowel conventie als in reconventie tussen partijen te compenseren in die zin dat iedere partij zijn eigen kosten draagt. De kosten van de deskundige moeten gelet op het feit dat de woning van [naam persoon A] en [naam persoon B] gezamenlijk is door beide partijen gedeeld worden. [naam persoon A] heeft reeds het voorschot van de deskundige betaald, zodat [naam persoon B] zal worden veroordeeld om de helft hiervan, zijnde € 275,-, aan [naam persoon A] te betalen.

3..De beslissing

De rechtbank
in conventie:
stelt de verdeling van de aan partijen toebehorende gemeenschappelijke woning staande en gelegen aan de [adres] te Hellevoetsluis vast in die zin dat de woning aan [naam persoon B] wordt toebedeeld voor een nettowaarde van € 179.000,- en deelt de aan die woning gekoppelde restant hypotheekschuld van € 93.000,- eveneens toe aan [naam persoon B] ;
veroordeelt [naam persoon B] om aan [naam persoon A] , uit hoofde van overbedeling, te betalen € 40.839,24;
veroordeelt [naam persoon B] om aan [naam persoon A] te betalen € 275,-, zijnde de helft van de kosten van het deskundigenrapport;
compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat iedere partij zijn eigen kosten draagt;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde;
in reconventie:
wijst de vorderingen van [naam persoon B] af;
compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.F.M. Wouters en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2021.
3120