Art. 6:4 WvggzArtikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toekenning zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij borderline en middelengebruik
De officier van justitie verzocht de rechtbank Rotterdam om een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 WvggzPro voor betrokkene, die lijdt aan borderline, een posttraumatische stressstoornis en een stoornis in het gebruik van cocaïne en alcohol. Betrokkene prostitueert zichzelf om haar middelengebruik te bekostigen en vertoont gedrag dat leidt tot ernstig nadeel, waaronder risico op levensgevaar, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
Tijdens de mondelinge behandeling, die telefonisch plaatsvond vanwege COVID-19, werden betrokkene, haar advocaat en behandelaren gehoord. Betrokkene bleek zorgmijdend en onvoldoende bereid tot vrijwillige behandeling. De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren.
De rechtbank stelde vast dat de voorgestelde vormen van verplichte zorg proportioneel en effectief zijn, waaronder medicatietoediening, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie. Een zorgmachtiging werd verleend voor de duur van vier en een halve maand, korter dan het verzochte half jaar, om op korte termijn de noodzaak te kunnen herbeoordelen.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg voor de duur van vier en een halve maand.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/613965 / FA RK 21-1547
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 16 maart 2021 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene]
hierna: betrokkene,
wonende op een geheim adres,
advocaat mr. A.W. Grijseels te Rotterdam.
1..Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 25 februari 2021.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater 1] , psychiater, van 9 februari 2021;
de zorgkaart van 6 november 2020;
het zorgplan van 23 september 2020;
de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan; en
de relevante politiegegevens van betrokkene.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 maart 2021. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 TijdelijkePro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:
betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;
[naam GGZ-agoog] , GGZ-agoog, verbonden aan Antes;
[naam psycholoog] , psycholoog, verbonden aan Antes; en
[naam psychiater 2] , psychiater, verbonden aan Antes.
1.3.
De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
2..Beoordeling
2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten borderline.
2.2.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat zij onder invloed van een ander raakt en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. Betrokkene lijdt aan een posttraumatische stressstoornis. Eveneens heeft betrokkene een stoornis in het gebruik van cocaïne en alcohol. Betrokkene prostitueert zichzelf om haar middelengebruik te bekostigen. De afgelopen jaren is betrokkene op vrijwillige basis in behandeling geweest bij een FACT-team waarbij ze na ontslag herhaaldelijk terugviel in middelengebruik. Betrokkene veroorzaakte overlast wat agressie oproept van anderen en waardoor uithuiszetting dreigde. Daarbij verwaarloost betrokkene zowel haar lichamelijke gezondheid als haar eigen woning. Het risico op zelfdoding neemt toe wanneer betrokkene onder invloed is van middelen. Het is ter voorkoming van voormeld ernstig nadeel belangrijk dat betrokkene zo kort mogelijk wordt opgenomen, haar medicatie blijft innemen, abstinent blijft van middelengebruik en eenmaal thuis hulp zal toelaten van het ambulante behandelteam.
2.3.
Om een crisissituatie af te wenden, ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Tijdens de mondelinge behandeling verklaart betrokkene dat zij aan haar trauma geholpen wil worden. Behandelaren verklaren dit tijdens opname nader te bespreken en te onderzoeken. Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene blijkt onvoldoende bereid om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Betrokkene is zorgmijdend en doet haar deur nauwelijks open voor de hulpverlening en is daarnaast telefonisch onbereikbaar. Daarbij is het ziekte-inzicht van betrokkene ambivalent. Om die reden is verplichte zorg nodig.
2.5.
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling met de aanwezigen besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
het beperken van de bewegingsvrijheid;
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; en
het opnemen in een accommodatie (indien noodzakelijk).
De overige door de officier verzochte vorm van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht en voeding wordt door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd.
2.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Er is een zorgmachtiging verzocht voor de duur van zes maanden. Omdat betrokkene nu goed meewerkt zal de machtiging worden verleend voor een kortere duur, zodat op kortere termijn kan worden bekeken of dan nog een machtiging nodig is. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van vier en een halve maand met ingang van vandaag.
3..Beslissing
De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 1 augustus 2021;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 16 maart 2021 mondeling gegeven door mr. A.C. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van G. de Man, griffier, en op 23 maart 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.