ECLI:NL:RBROT:2021:2854

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 maart 2021
Publicatiedatum
31 maart 2021
Zaaknummer
C/10/613524 / JE RK 21-420
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling kinderen wegens noodzakelijke vervolghulpverlening

De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen voor zes maanden om vervolghulpverlening te kunnen inzetten en monitoren. De kinderen wonen bij hun moeder, en het ouderlijk gezag wordt door beide ouders uitgeoefend. Er is een omgangsregeling met de vader die wordt nageleefd, en intensieve hulpverlening via MST-CAN is gestart, met een geplande afronding in mei 2021.

De moeder verzette zich tegen de verlenging en wilde zelf aan haar situatie werken. De kinderrechter oordeelde dat de positieve ontwikkelingen en het naderende einde van het MST-traject een verlenging van drie maanden rechtvaardigen, zodat passende vervolghulp kan worden ingezet indien nodig. De ondertoezichtstelling werd daarom verlengd tot 10 juli 2021, en het overige deel van het verzoek werd afgewezen.

De beslissing is genomen op basis van het wettelijke criterium uit artikel 1:255 BW Pro en houdt rekening met de belangen van de kinderen en de noodzaak van continuering van hulpverlening. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door belanghebbenden.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de kinderen wordt verlengd met drie maanden tot 10 juli 2021.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/613524 / JE RK 21-420
datum uitspraak: 26 maart 2021

beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen de GI, gevestigd te Amsterdam,
betreffende

[naam kind 1],

geboren op [geboortedatum kind 1] 2012 te [geboorteplaats kind 1], hierna te noemen [naam kind 1],

[naam kind 2],

geboren op [geboortedatum kind 2] 2013 te [geboorteplaats kind 2], hierna te noemen [naam kind 2].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder],

hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[naam vader],

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader].

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 16 februari 2021, ingekomen bij de griffie op 18 februari 2021.
Op 26 maart 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de moeder,
- een vertegenwoordigster van de GI, [naam].
Opgeroepen en niet verschenen is:
- de vader.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind 1] en [naam kind 2] wordt uitgeoefend door de ouders.
[naam kind 1] en [naam kind 2] wonen bij de moeder.
Bij beschikking van 10 maart 2020 is de ondertoezichtstelling van [naam kind 1] en [naam kind 2] verlengd tot 10 april 2021.

Het verzoek

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [naam kind 1] en [naam kind 2] te verlengen voor de duur van zes maanden.

De standpunten

De GI heeft het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. In het afgelopen jaar zijn er veel stappen gezet. Er is een omgangsregeling met de vader vastgesteld en deze regeling wordt nageleefd. In augustus 2020 is MST-CAN gestart en zij bieden intensieve ondersteuning. Ook is er traumabehandeling ingezet voor de kinderen. Het MST-CAN traject zal eind mei 2021 worden afgerond. Vanuit MST-CAN zal een advies worden gegeven voor eventuele vervolghulp. Een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden is noodzakelijk om de lijnen uit te zetten, vervolghulp op te starten en het verloop van de vervolghulp te monitoren. Omdat de moeder een ambivalente houding heeft ten aanzien van de hulpverlening, wil de GI dit volgen.
De moeder heeft zich verzet tegen het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling. Zij wil aan zichzelf werken, zichzelf ontwikkelen en de kans krijgen om er samen met de vader uit te komen.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat [naam kind 1] en [naam kind 2] samen wonen met hun moeder. In de afgelopen periode zijn er positieve stappen gezet. Er is omgang opgestart tussen de kinderen en hun vader en dit verloopt goed. Ook is er intensieve hulpverlening in de vorm van MST-CAN ingezet in de thuissituatie, welk traject eind mei 2021 zal eindigen. Vervolgens zal bekeken worden of de inzet van vervolghulp noodzakelijk is en in welke vorm dit moet plaatsvinden. Gelet op de positieve ontwikkelingen en in aanmerking genomen dat het MST-traject eind mei 2021 zal eindigen, zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [naam kind 1] en [naam kind 2] verlengen voor de duur van drie maanden en het verzoek voor het overige afwijzen. Een periode van drie maanden acht de kinderrechter voldoende om, indien nodig, passende vervolghulpverlening in te kunnen zetten.
Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek.

De beslissing

De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind 1] en [naam kind 2] tot 10 juli 2021;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het anders of meer verzochte.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2021 door mr. C.N. Melkert, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Spaans als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beslissing is vastgesteld op 31 maart 2021.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.