ECLI:NL:RBROT:2021:2862

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
31 maart 2021
Publicatiedatum
1 april 2021
Zaaknummer
10-074728-21
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 65 SvArt. 66 SvArt. 67 SvArt. 67a SvArt. 78 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing voorlopige hechtenis wegens bezit vuurwapen minderjarige verdachte

De rechtbank Rotterdam heeft op 31 maart 2021 de voorlopige hechtenis van een minderjarige verdachte geschorst die wordt verdacht van het bezit van een vuurwapen. De rechter-commissaris had op 18 maart 2021 de bewaring bevolen, waarna de officier van justitie de gevangenhouding vorderde. Na kennisname van het strafdossier en het horen van partijen heeft de rechtbank de schorsing van de voorlopige hechtenis op verzoek van de verdediging toegewezen.

De rechtbank constateerde dat de verdenking en ernstige bezwaren nog steeds aanwezig zijn, maar dat de situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv nog niet aan de orde is. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder eerdere overvallen en geweldsincidenten tegen hem en zijn familie, en het feit dat de officier van justitie geen voldoende veiligheid kon garanderen, weegt het persoonlijk belang van de verdachte zwaarder dan het strafvorderlijk belang.

De rechtbank stelde voorwaarden aan de schorsing, waaronder medewerking aan identificatie, het niet plegen van strafbare feiten, het verschijnen op oproepen, het naleven van een avondklok en het meewerken aan jeugdreclassering. De voorlopige hechtenis werd geschorst onder deze voorwaarden voor een termijn van dertig dagen, ingaande 1 april 2021 om 10:00 uur.

Uitkomst: De rechtbank schorst de voorlopige hechtenis van de minderjarige verdachte onder strikte voorwaarden voor dertig dagen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Strafrecht
Zittingsplaats Rotterdam
parketnummer : 10-074728-21

bevel gevangenhouding met bevel schorsing van de raadkamer d.d. 31 maart 2021

(artikel 65 en Pro 80 Wetboek van Strafvordering)

in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam verdachte],

geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte],
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres verdachte],
nu gedetineerd in RIJ Den Hey-Acker.
Raadsvrouw mr. S. Epema.

Procedure

De rechter-commissaris heeft op 18 maart 2021 de bewaring bevolen.
De officier van justitie heeft de gevangenhouding van de verdachte gevorderd.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier en heeft de officier van justitie, de verdachte en de raadsvrouw gehoord.
De verdediging heeft de schorsing van de voorlopige hechtenis verzocht.

Beoordeling

Na onderzoek is gebleken dat de verdenking, de ernstige bezwaren en de grond(en) als bedoeld in artikel 67a van het Wetboek van Strafvordering, die tot het bevel tot bewaring van verdachte hebben geleid, ook op dit moment nog bestaan.
De rechtbank is van oordeel dat een situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering op dit moment nog niet aan de orde is.
De rechtbank overweegt dat de verdachte in 2020 in de ouderlijke woning is overvallen waarbij hij is gestoken met een mes. De verdachte en zijn familie zijn constant doelwit van dezelfde groep en wordt voortdurend bij hun woning opgezocht waardoor de spanningen oplopen. De verdachte is drie weken geleden door de groep op straat in elkaar geslagen. Op de raadkamer heeft de officier van justitie meegedeeld dat hij niet in staat is geweest om voor de verdachte en zijn familie voldoende veiligheid te waarborgen. Gezien de aard van de zaak en de omstandigheden waaronder het feit is begaan, te weten het voorhanden hebben van een vuurwapen, is de rechtbank van oordeel dat het persoonlijk belang van de verdachte zwaarder weegt dan het strafvorderlijk belang. Daarbij komt dat de doelen die met voorlopige hechtenis worden nagestreefd door het stellen van voorwaarden aan een schorsing ook kunnen worden bereikt.
De verdachte heeft zich bereid verklaard tot nakoming van de hieronder vermelde schorsingsvoorwaarden.
De rechtbank neemt de artikelen 65, 66, 67, 67a, 78 en 80 van het Wetboek van Strafvordering in aanmerking.

Beslissing

De rechtbank:
beveelt de gevangenhouding van de verdachte voor een termijn van
30 (dertig) dagen;
schorst de voorlopige hechtenis met ingang van
1 april 2021 te 10:00 uur,onder de volgende voorwaarden.
1. De verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis onttrekken, indien de opheffing van de schorsing mocht worden bevolen.
2. Indien de verdachte wegens het feit waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zal de verdachte zich niet onttrekken aan de tenuitvoerlegging daarvan.
3. De verdachte zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of zal een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden.
4. De verdachte zal zich niet aan een strafbaar feit schuldig maken.
5. De verdachte zal verschijnen op iedere oproep van politie en justitie.
6. De verdachte zal bij wijziging van zijn adres het nieuwe adres schriftelijk doorgeven aan de officier van justitie.
7. De verdachte zal bij de inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak op de terechtzitting aanwezig zijn.
8. De verdachte zal zich houden aan de aanwijzingen die zullen worden gegeven door of namens de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, afdeling jeugdreclassering.
9. De verdachte zal zijn medewerking verlenen aan het onderzoek door de jeugdreclassering met het oog op een rapportage ten behoeve van de terechtzitting.
10. De verdachte zal zich inspannen voor het hebben en behouden van een passende dagbesteding, waaronder het naar school en stage gaan volgens rooster en zal zich houden aan de regels en afspraken van school en stage.
11. De verdachte zal meewerken aan het toezicht en de begeleiding door de (jeugd)reclassering en zich zal melden op afspraken, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.
12. De verdachte zal zich zal houden aan een avondklok, waarvan de tijdstippen nader worden bepaald door de jeugdreclassering, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht en voor de maximaal duur van 6 maanden.
Deze beslissing is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 31 maart 2021 door:
mr. A. Verweij, voorzitter,
mr. T. van den Akker en mr.dr. A. Wolthuis, rechters,
in tegenwoordigheid van D. Meijer, griffier.