Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- het vonnis in incident van 9 september 2020, alsmede de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de conclusie van antwoord, met producties C-9 tot en met C-15;
- de brief van de rechtbank van 26 november 2020 waarmee partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling;
- de akte in het geding brengen producties van Ediola, met producties 10 tot en met 17b;
- de akte overlegging producties mondelinge behandeling van Cefetra met producties C-16 en C-17;
- de tijdens de mondelinge behandeling van 22 maart 2021 voorgedragen en overgelegde spreekaantekeningen van mrs. Haanschoten en Salome.
2..De feiten
3..Het geschil
- Ediola niet vorderingsgerechtigd is, nu niet is bewezen dat de vordering van Amaggi aan Ediola is gecedeerd;
- Amaggi mogelijk uitkering van haar verzekeraars heeft ontvangen, en derhalve geen schade heeft geleden;
- de vordering van Amaggi, die aan Ediola zou zijn overgedragen, is verjaard;
- van verarming van Amaggi in de zin van art. 6:212 BW Pro geen sprake is en dat een verband tussen de gestelde verrijking van Cefetra en de gestelde verarming van Amaggi ontbreekt;
- de keuze van Amaggi en Ediola om na verstrijken van de verjaringstermijn van een jaar een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking in te stellen, in strijd is met de redelijkheid en billijkheid in verband met de samenloop met andere vorderingsrechten in het handelsverkeersrecht;
- de omvang van de schade niet juist is begroot en niet is aangetoond.