ECLI:NL:RBROT:2021:2961

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 maart 2021
Publicatiedatum
6 april 2021
Zaaknummer
C/10/615084 / FA RK 21-2118
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArtikel 2 lid 1 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting crisismaatregel bij psychotische decompensatie

De officier van justitie verzocht om voortzetting van een eerder opgelegde crisismaatregel voor betrokkene, die lijdt aan schizofrenie en recent psychotisch is gedecompenseerd na het stoppen met medicatie. De mondelinge behandeling vond plaats via beeld- en geluidverbinding waarbij betrokkene en een arts werden gehoord.

Uit de medische verklaring en behandeling bleek dat betrokkene ernstige psychische schade dreigt te lijden, met symptomen als wanen, dysfore stemming, en agressief gedrag. Betrokkene verwaarloosde zichzelf en zijn woonomgeving, wat leidde tot onbewoonbaarheid van zijn beschermde woonvorm. De arts achtte een langere opname noodzakelijk om verdere escalatie te voorkomen.

De rechtbank oordeelde dat de crisismaatregel noodzakelijk en evenredig is, waarbij verplichte zorg bestaat uit medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking en opname in een accommodatie. Betrokkene verzet zich tegen de zorg en heeft geen ziektebesef. Minder bezwarende alternatieven zijn niet aanwezig. De machtiging wordt verleend voor drie weken vanaf 22 maart 2021.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met verplichte zorg.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/615084 / FA RK 21-2118
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 22 maart 2021 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats betrokkene] ,
thans verblijvende in Antes, locatie Albrandswaardsedijk te Poortugaal,
advocaat mr. Ch.J. Nicolaï te Schiedam.

1..Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 17 maart 2021, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 16 maart 2021 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 16 maart 2021;
  • de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 16 maart 2021;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz; en
  • de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op22 maart 2021.
Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van Pro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:
  • betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat; en
  • [naam 2] , arts in opleiding tot psychiater, verbonden aan Antes.
1.3.
De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. Betrokkene is opgenomen met een crisismaatregel vanwege een psychotische decompensatie na een relatief stabiele periode. Sinds een aantal weken nemen de psychotische symptomen in een snel tempo toe. Tijdens de mondelinge behandeling verklaart de arts dat uit bloedonderzoek is gebleken dat betrokkene sinds een aantal weken is gestopt met het innemen van zijn medicatie. Betrokkene lijdt aan wanen en oordeels- en kritiekstoornissen waarbij hij een dysfore stemming heeft. Betrokkene verwaarloost zichzelf en zijn omgeving waardoor hij zijn beschermde woonvorm afgelopen maand heeft moeten verlaten, omdat deze onbewoonbaar was vanwege vervuiling. Zo was er sprake van urine in de vloer en zijn er brandende peuken in de kamer van betrokkene gevonden. Betrokkene vertoont fysiek dreigend en verbaal agressief gedrag; hij heeft voor zijn opname slaande bewegingen gemaakt naar de begeleiding. De arts acht het voorzienbaar dat betrokkene zal stoppen met zijn medicatie waardoor hij psychotisch zal decompenseren omdat zijn toestandsbeeld nog te fragiel is. Hierdoor meent de arts dat er agressie kan ontstaan bij betrokkene. Het toestandsbeeld van betrokkene is hetzelfde gebleven, aldus de arts. Een langere opname is daarom noodzakelijk.
2.2.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie.
2.3.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.4.
Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
  • het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid; en
  • het opnemen in een accommodatie.
2.5.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd.
2.6.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Betrokkene heeft geen ziektebesef en ziekte-inzicht; hij meent dat het goed met hem gaat en dat hij zijn medicatie goed inneemt. Betrokkene heeft geen motivatie voor zijn behandeling. Daarnaast wil betrokkene niet opgenomen worden. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.7.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.8.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na vandaag.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 12 april 2021;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 22 maart 2021 mondeling gegeven door mr. A.C. Siemons, rechter, in tegenwoordigheid van G. de Man, griffier, en op 6 april 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.