ECLI:NL:RBROT:2021:3028

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 april 2021
Publicatiedatum
7 april 2021
Zaaknummer
8995222
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 lid 1 RvArt. 4:193 lid 1 BWArt. 4:193 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid machtiging verwerping nalatenschap wegens ontbreken gezag en beneficiaire aanvaarding

Op 7 april 2021 heeft de kantonrechter te Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de machtiging tot verwerping van een nalatenschap. De verzoekster, een minderjarige ten tijde van het verzoek, stelde dat de machtiging die haar vader in 2016 had gekregen om namens haar de nalatenschap te verwerpen, ten onrechte was verleend omdat hij niet het gezag over haar had.

De kantonrechter oordeelde dat hoewel de beschikking uit 2016 vermeldde dat vader de wettelijke vertegenwoordiger was, dit feitelijk niet juist was en niet direct als een kennelijke fout kon worden aangemerkt. Omdat vader niet bevoegd was om namens verzoekster te handelen, was de verwerping nietig. Op grond hiervan werd verzoekster geacht de nalatenschap beneficiair te hebben aanvaard.

De kantonrechter besloot de aantekening in het boedelregister aan te passen zodat de nalatenschap als beneficiair aanvaard wordt geregistreerd en wees de overige verzoeken af. Hiermee is de situatie rechtgezet en is de nalatenschap niet langer onjuist verworpen.

Uitkomst: De machtiging tot verwerping van de nalatenschap door vader namens verzoekster is nietig verklaard en verzoekster wordt geacht de nalatenschap beneficiair te hebben aanvaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8995222 VZ VERZ 21-869
uitspraak: 7 april 2021
beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam
op het verzoek van:
[verzoekster](hierna: ‘ [verzoekster] ’),
wonende te [woonplaats verzoekster] ,
verzoekster,
gemachtigde: mr. W.H. Benard te Dordrecht.

1..De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift van [verzoekster] en van de daarbij gevoegde bijlagen.

2..De feiten

2.1
Op [overlijdensdatum] overleed in Schiedam [erflaatster] (hierna: ‘erflaatster’).
2.2
Erflaatster had samen met [echtgenoot erflaatster] (hierna: ‘vader’) drie dochters, waaronder [verzoekster] . De vader heeft namens [verzoekster] , op dat moment nog minderjarig, op 10 februari 2016 aan de kantonrechter een machtiging gevraagd de nalatenschap van erflaatster te verwerpen. De twee andere dochters van erflaatster waren bij het overlijden van erflaatster meerderjarig en hebben namens zichzelf, en namens een kleinkind van erflaatster, de nalatenschap verworpen.
2.3
De kantonrechter heeft in zijn beschikking van 7 maart 2016 de gevraagde machtiging aan vader gegeven. In het boedelregister is onder nummer [nummer 1] aangetekend dat [verzoekster] de nalatenschap heeft verworpen.
2.4
Vader heeft nooit het gezag over [verzoekster] gehad. Erflaatster en vader zijn gehuwd geweest van 24 januari 1985 tot 7 mei 1990. [verzoekster] is geboren op [geboortedatum] . Erflaatster was op dat moment ongehuwd en had daarom van rechtswege alleen het gezag over [verzoekster] . Vader heeft [verzoekster] erkend, maar hij en erflaatster hebben niet geregeld dat hij ook het gezag over haar zou hebben. Dit blijkt uit het door verzoekster overgelegde uittreksel uit het gezagsregister.

3..Het verzoek

3.1
[verzoekster] verzoekt de kantonrechter:
I 1. primair de beschikking van 7 maart 2016 te verbeteren en het verzoek van vader alsnog af te wijzen omdat vader niet-ontvankelijk
is in zijn verzoek;
2. subsidiair vast te stellen dat de beschikking van 7 maart 2016 nietig is dan wel komt te vervallen;
3. meer subsidiair dat te doen wat nodig is om de gegeven machtiging tot verwerping ongeldig te laten zijn.
II vast te stellen dat [verzoekster] de nalatenschap van erflaatster van rechtswege beneficiair heeft aanvaard en van de beneficiaire aanvaarding aantekening te houden in het boedelregister.
3.3
[verzoekster] stelt belang te hebben bij haar verzoek omdat haar gebleken is dat erflaatster niet alleen schulden had, maar ook bezittingen, namelijk, samen met vader, een woning waarvan de overwaarde toen erflaatster overleed ongeveer € 75.000,- was.

4..De beoordeling

kennelijke fout
4.1
Artikel 31 lid 1 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat de rechter een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent, altijd verbetert. Er is sprake van een kennelijke fout als voor partijen en derden direct duidelijk is dat van een vergissing sprake is.
4.2
In de beschikking van 7 maart 2016 staat geen kennelijke fout. In de beschikking staat weliswaar, naar nu blijkt ten onrechte, dat vader de wettelijke vertegenwoordiger van [verzoekster] is, maar dat dit niet klopt is voor partijen en derden op het eerste gezicht niet meteen duidelijk. Dit blijkt al uit het feit dat het vader en [verzoekster] ook niet meteen is opgevallen, maar pas, zoals [verzoekster] schrijft onder nummer 7 van haar verzoekschrift, toen de afspraken over de hypotheekrente aangepast moesten worden.
4.3
Van een kennelijke fout is dus geen sprake. Het verzoek van [verzoekster] de beschikking van 7 maart 2016 te verbeteren is daarom niet toewijsbaar.
beneficiaire aanvaarding
4.4
De kantonrechter beoordeelt het onder I gedane (meer) subsidiaire verzoek en het onder II gedane verzoek als één verzoek.
4.5
Als een
wettelijke vertegenwoordigervan een erfgenaam een nalatenschap namens die erfgenaam wil verwerpen, heeft hij daarvoor toestemming van de kantonrechter nodig. Dit bepaalt artikel 4:193 lid 1 Burgerlijk Pro Wetboek (BW). Als de wettelijke vertegenwoordiger de termijn waarbinnen dit moet gebeuren laat verlopen, dan geldt op grond van het tweede lid van het genoemde artikel dat de nalatenschap door de erfgenaam beneficiair is aanvaard.
4.6
Vader heeft de kantonrechter in 2016 namens [verzoekster] om de toestemming zoals hiervoor bedoeld gevraagd en de kantonrechter heeft die toestemming gegeven. Vader was echter in 2016, naar nu blijkt en wat toen over het hoofd is gezien, geen wettelijke vertegenwoordiger van [verzoekster] en dus niet bevoegd de nalatenschap namens [verzoekster] te verwerpen. Omdat vader niet bevoegd was, is de verwerping die hij namens [verzoekster] heeft gedaan nietig. Het feit dat hij door de kantonrechter (ten onrechte) gemachtigd is om dit te doen, maakt dit niet anders. Een dergelijke machtiging heeft niet de strekking om iemand die geen vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft toch deze bevoegdheid te geven. Van de verwerping van de nalatenschap is onder nummer [nummer 2] een akte opgemaakt. Deze akte is dus nietig voor zover deze ziet op de verwerping door vader namens [verzoekster] .
4.7
Omdat deze verwerping nietig is, wordt [verzoekster] op grond van artikel 4:193 lid 2 BW Pro geacht de nalatenschap van erflaatster beneficiair te hebben aanvaard. De kantonrechter zal de aantekening in het boedelregister in die zin aan laten passen. Hierdoor heeft [verzoekster] geen belang meer bij haar overige verzoeken, zodat deze zullen worden afgewezen.

5..De beslissing

De kantonrechter,
bepaalt dat de aantekening in het boedelregister onder nummer [nummer 1] met betrekking tot de overledene [erflaatster] , geboren op [geboortedatum erflaatster] en overleden op [overlijdensdatum] wordt aangepast in die zin dat daarin wordt aangetekend dat de nalatenschap geldt als door A.M. [verzoekster] beneficiair aanvaard;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Fiege en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
686