ECLI:NL:RBROT:2021:3044

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 april 2021
Publicatiedatum
8 april 2021
Zaaknummer
ROT 21/191 en ROT 21/1195
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:88 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid bestuursrechter bij verzoek om schadevergoeding wegens uithuisplaatsing

Verzoekster heeft de bestuursrechter gevraagd om een schadevergoeding van €21.500,- wegens gederfde kinderbijslag en kinderbudget over de periode juli 2007 tot en met juli 2016, als gevolg van de uithuisplaatsing van haar dochter. Zij stelt dat deze uithuisplaatsing het gevolg is van een onterechte beoordeling door verweerder, Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond.

De bestuursrechter stelt vast dat de uithuisplaatsing is gebaseerd op beschikkingen van de kinderrechter. Deze beschikkingen kwalificeren niet als besluiten in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van artikel 8:88, eerste lid, Awb is de bestuursrechter daarom niet bevoegd om het verzoek om schadevergoeding te beoordelen.

Omdat de bestuursrechter in de hoofdzaak onbevoegd is, geldt dit ook voor de voorzieningenrechter die een voorschot op de schadevergoeding had moeten toekennen. Verzoekster wordt geadviseerd zich tot de civiele rechter te wenden voor haar schadeverzoek. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Bestuursrechter verklaart zich onbevoegd om schadevergoeding toe te kennen wegens uithuisplaatsing; verzoekster dient zich tot civiele rechter te wenden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht
zaaknummers: ROT 21/191 en ROT 21/1195
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 april 2021 als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht alsmede uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:83, derde lid, van die wet in de zaken tussen

[naam verzoekster], te [woonplaats verzoekster], verzoekster,

en

Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, verweerder,

gemachtigde: [naam].

Procesverloop

Op 13 januari 2021 heeft verzoekster de bestuursrechter verzocht verweerder te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 21.500,-. Deze zaak is geregistreerd onder nummer ROT 21/191.
Op 3 maart 2021 heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht haar een voorschot op de gevraagde schadevergoeding toe te kennen. Deze zaak is geregistreerd onder zaaknummer ROT 21/1195.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De bestuursrechter doet met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
De voorzieningenrechter doet met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb eveneens uitspraak zonder zitting.
2. Bij brief van 2 december 2020 heeft verzoekster verweerder verzocht haar een schadevergoeding toe te kennen wegens gederfde kinderbijslag en kinderbudget in de periode van juli 2007 tot en met juli 2016 vanwege de uithuisplaatsing van haar dochter.
De uithuisplaatsing is volgens verzoekster het gevolg van een onterechte beoordeling door verweerder.
3. Bij brief van 14 december 2020 heeft verweerder het verzoek afgewezen.
4. Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Awb is de bestuursrechter bevoegd op verzoek van een belanghebbende een bestuursorgaan te veroordelen tot vergoeding van schade die de belanghebbende lijdt of zal lijden als gevolg van:
a. een onrechtmatig besluit;
b. een andere onrechtmatige handeling ter voorbereiding van een onrechtmatig besluit;
(…)
5. Vast staat dat de dochter van verzoekster bij beschikkingen van de kinderrechter uit huis is geplaatst. De door de kinderrechter afgegeven beschikkingen zijn geen besluiten in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb. Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Awb, is de bestuursrechter daarom niet bevoegd om het verzoek om schadevergoeding te beoordelen.
6. Nu de bestuursrechter in de hoofdzaak onbevoegd is, betekent dit dat de voorzieningenrechter ook niet bevoegd is.
7. Verzoekster dient zich met haar verzoek om schadevergoeding tot de civiele rechter te wenden.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De bestuursrechter/voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd;
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Rutten, bestuursrechter/voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.M.P. Meijer, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op
2 april 2021.
De rechter en de griffier zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen de uitspraak in de hoofdzaak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de bestuursrechter van deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.
Tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter staat geen rechtsmiddel open.