ECLI:NL:RBROT:2021:3052

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 maart 2021
Publicatiedatum
8 april 2021
Zaaknummer
10/812016-20
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen met minderjarige

De rechtbank Rotterdam behandelde op 12 maart 2021 een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een minderjarige, met name het kietelen en betasten van de borsten van het slachtoffer. De tenlastelegging betrof handelingen gepleegd in de periode van 28 juli tot en met 16 augustus 2019, deels in Frankrijk.

Tijdens de terechtzitting en het onderzoek werd duidelijk dat het bewijs tegen verdachte onvoldoende was. Het slachtoffer had in een informatief gesprek verklaard dat verdachte haar borsten niet had aangeraakt, terwijl zij tijdens aangifte en nader verhoor bij de rechter-commissaris aangaf dat dit wel met opzet was gebeurd. De verdachte ontkende de beschuldigingen. Er ontbrak aanvullend bewijs dat het aanraken op ontuchtige wijze bevestigde.

Ook de verklaring van de vader van het slachtoffer ondersteunde de beschuldigingen niet. Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam, waarbij drie rechters betrokken waren.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor ontuchtige handelingen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1
Parketnummer: 10/812016-20
Datum uitspraak: 12 maart 2021
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres verdachte] ,
raadsman mr. A. Ytsma, advocaat te Haarlem.

1..Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 12 maart 2021.

2..Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3..Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. W.B.J. ten Have heeft vrijspraak van het ten laste gelegde gevorderd.

4..Waardering van het bewijs

4.1.
Vrijspraak
Aan de verdachte zijn ten laste gelegd ontuchtige handelingen in de vorm van het kietelen van de minderjarige aangeefster en het daarbij betasten van haar borsten.
In het informatieve gesprek zou de aangeefster hebben gezegd dat de verdachte haar borsten niet heeft aangeraakt. Tijdens de aangifte en haar nadere verhoor bij de rechter-commissaris heeft de aangeefster verklaard dat de verdachte haar borsten bij het kietelen met opzet heeft aangeraakt. De verdachte heeft dit ontkend. Aanvullend bewijs van het op ontuchtige wijze aanraken van de borsten ontbreekt. Ook de vader van de aangeefster heeft blijkens zijn verklaring niet van de aangeefster gehoord dat de verdachte haar borsten zou hebben aangeraakt, laat staan op ontuchtige wijze. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank daarom van oordeel dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

5..Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6..Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. F.A. Hut, voorzitter,
en mrs. L. Daum en M. Bakhuis, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M. Eekhout, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 maart 2021.
De oudste rechter en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij in of omstreeks de periode van 28 juli 2019 tot en met 16 augustus 2019 te [plaats], in elk geval in Frankrijk, met iemand beneden de leeftijd van zestien jaar, te weten [naam slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2003), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, namelijk het kietelen van die [naam slachtoffer] in haar zij en/of daarbij betasten van de borsten van die [naam slachtoffer] .