ECLI:NL:RBROT:2021:3052
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen met minderjarige
De rechtbank Rotterdam behandelde op 12 maart 2021 een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een minderjarige, met name het kietelen en betasten van de borsten van het slachtoffer. De tenlastelegging betrof handelingen gepleegd in de periode van 28 juli tot en met 16 augustus 2019, deels in Frankrijk.
Tijdens de terechtzitting en het onderzoek werd duidelijk dat het bewijs tegen verdachte onvoldoende was. Het slachtoffer had in een informatief gesprek verklaard dat verdachte haar borsten niet had aangeraakt, terwijl zij tijdens aangifte en nader verhoor bij de rechter-commissaris aangaf dat dit wel met opzet was gebeurd. De verdachte ontkende de beschuldigingen. Er ontbrak aanvullend bewijs dat het aanraken op ontuchtige wijze bevestigde.
Ook de verklaring van de vader van het slachtoffer ondersteunde de beschuldigingen niet. Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam, waarbij drie rechters betrokken waren.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor ontuchtige handelingen.