ECLI:NL:RBROT:2021:3057
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling wettelijke rente en gebruiksvergoeding woning na nalatenschap afgewezen
De rechtbank Rotterdam behandelde een geschil tussen erfgenamen over de verdeling van nalatenschappen en de vraag of gedaagde een gebruiksvergoeding moet betalen voor het gebruik van de woning en wettelijke rente. Partijen hadden een regeling getroffen over de verdeling van de nalatenschappen, maar bleven verdeeld over de gebruiksvergoeding en rente.
De rechtbank oordeelde dat gedaagde toestemming had van erflater om in de woning te verblijven, waardoor geen sprake was van onrechtmatig handelen of ongerechtvaardigde verrijking. De vordering tot gebruiksvergoeding werd daarom afgewezen. Wel werd gedaagde veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over het overeengekomen bedrag van € 26.671,23 vanaf 28 februari 2018, de datum van ingebrekestelling.
Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt. De procedure werd gesloten en partijen werd opgedragen de notariële akte van verdeling op te stellen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente vanaf 28 februari 2018 en vordering gebruiksvergoeding wordt afgewezen.