Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 10 juli 2020 waarbij haar bezwaar tegen de voorschotbeschikking van de huurtoeslag over 2019 kennelijk ongegrond werd verklaard. Zij gaf aan niet te begrijpen waarom een bedrag van €733 aan huurtoeslag werd teruggevorderd en ontving ondanks telefonisch contact geen duidelijke uitleg.
De rechtbank stelde vast dat verweerder in het verweerschrift en ter zitting gemotiveerd heeft toegelicht hoe de betaling, terugvordering en verrekening van de toeslag tot stand zijn gekomen. De rechtbank oordeelde dat eiseres ten onrechte niet is gehoord, omdat er geen hoorzitting heeft plaatsgevonden in de bezwaarfase. Dit had mogelijk onduidelijkheden kunnen voorkomen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Het terugvorderingsbedrag is op basis van het laatste geschatte inkomen aangepast naar €569, waarvoor een nieuwe acceptgiro wordt toegezonden met de mogelijkheid tot een betaalregeling.
Daarnaast werd verweerder verplicht het betaalde griffierecht van €48 aan eiseres te vergoeden. De uitspraak werd op 24 februari 2021 mondeling gedaan door rechter F.P.J. Schoonen.