ECLI:NL:RBROT:2021:3115

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 februari 2021
Publicatiedatum
9 april 2021
Zaaknummer
ROT 20/3794
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging terugvorderingsbesluit huurtoeslag wegens gebrek aan hoorzitting

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 10 juli 2020 waarbij haar bezwaar tegen de voorschotbeschikking van de huurtoeslag over 2019 kennelijk ongegrond werd verklaard. Zij gaf aan niet te begrijpen waarom een bedrag van €733 aan huurtoeslag werd teruggevorderd en ontving ondanks telefonisch contact geen duidelijke uitleg.

De rechtbank stelde vast dat verweerder in het verweerschrift en ter zitting gemotiveerd heeft toegelicht hoe de betaling, terugvordering en verrekening van de toeslag tot stand zijn gekomen. De rechtbank oordeelde dat eiseres ten onrechte niet is gehoord, omdat er geen hoorzitting heeft plaatsgevonden in de bezwaarfase. Dit had mogelijk onduidelijkheden kunnen voorkomen.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Het terugvorderingsbedrag is op basis van het laatste geschatte inkomen aangepast naar €569, waarvoor een nieuwe acceptgiro wordt toegezonden met de mogelijkheid tot een betaalregeling.

Daarnaast werd verweerder verplicht het betaalde griffierecht van €48 aan eiseres te vergoeden. De uitspraak werd op 24 februari 2021 mondeling gedaan door rechter F.P.J. Schoonen.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 20/3794
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 februari 2021 in de zaak tussen

[naam eiseres] , te [woonplaats eiseres] , eiseres,

en

Belastingdienst/Toeslagen, verweerder,

gemachtigde: [naam 1] .
Eiseres is verschenen, bijgestaan door [naam 2]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door [naam 3] .
Na de sluiting van het onderzoek ter zitting op 24 februari 2021 heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt.

Beslissing

De rechtbank
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
  • bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 48,- vergoedt.

Overwegingen

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 10 juli 2020, waarbij haar bezwaar tegen de voorschotbeschikking van de huurtoeslag over 2019, kennelijk ongegrond is verklaard. Eiseres heeft aangevoerd dat het voor haar niet duidelijk is waarom van haar € 733,- aan verstrekte huurtoeslag over 2019 wordt teruggevorderd. Ter zitting heeft eiseres toegelicht dat zij, ondanks enkele telefonisch contacten met verweerder, geen duidelijkheid over het terugvorderingsbedrag heeft gekregen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder met het verweerschrift van 1 december 2020, aangevuld met het gestelde ter zitting van 24 februari 2021, gemotiveerd heeft toegelicht hoe de betaling, terugvordering en verrekening van haar toeslag over 2019 tot stand zijn gekomen en plaats hebben gevonden. De rechtbank is van oordeel dat eiseres ten onrechte niet is gehoord en dat er geen sprake is van een kennelijk ongegrond bezwaar. Indien verweerder in de bezwaarfase een hoorzitting had gehouden, was deze uitleg waarschijnlijk eerder duidelijk geworden en had geen beroep ingesteld hoeven worden.
Het beroep is gelet op het vorenstaande gegrond. Het bestreden besluit zal om die reden worden vernietigd. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.
Met het verweerschrift en ter zitting is gemotiveerd uiteengezet hoe verweerder het terugvorderingsbedrag van € 733,- heeft vastgesteld. De oorzaak hiervan was gelegen in het verschil van haar geschatte inkomsten in eerste instantie van € 12.934,- aangepast naar een (geschatte) toetsingsinkomen van € 20.350,- .Voorts is hierbij toegelicht dat de voorschot huurtoeslag over 2019 nog enkele malen is herzien door wijziging van het (geschatte) toetsingsinkomen van eiseres. Op grond van het laatste (geschatte ) jaarinkomen van € 18.319,- bedraagt het terugvorderingsbedrag op dit moment nog € 569,-. Aan eiseres wordt een nieuwe acceptgiro met dit bedrag toegezonden. Verweerders gemachtigde heeft ter zitting toegelicht dat hierbij aangegeven staat hoe dan een betaalregeling getroffen kan worden. Gelet hierop bepaalt de rechtbank dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.
Deze uitspraak is op 24 februari 2021 in het openbaar gedaan door mr. F.P.J. Schoonen, rechter, in aanwezigheid van G.J. Machwirth, griffier.
De griffier is buiten staat de rechter is verhinderd te tekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.