ECLI:NL:RBROT:2021:3139
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid kredietovereenkomst wegens niet uitgevoerde kredietwaardigheidstoets en terugvordering onverschuldigde betaling
Kedin Consumenten Financieringen B.V. en [persoon A] sloten op 6 maart 2017 een kredietovereenkomst van €118,80 met een looptijd van 24 maanden. [persoon A] liet betalingsachterstanden ontstaan en betaalde op 25 september 2017 €49,50. Kedin vorderde betaling van dit bedrag en meer, maar stelde niet te hebben voldaan aan de wettelijke verplichting tot het uitvoeren van een kredietwaardigheidstoets voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst.
De rechtbank oordeelde dat Kedin geen bewijs leverde van het uitvoeren van de kredietwaardigheidstoets, wat een dwingende regel van openbare orde betreft. Hierdoor is de kredietovereenkomst nietig op grond van artikel 3:40 lid 1 BW Pro. De vordering op grond van de kredietovereenkomst kon daarom niet worden toegewezen.
Wel werd vastgesteld dat Kedin het geldbedrag zonder rechtsgrond aan [persoon A] had verstrekt en dat deze het bedrag op grond van onverschuldigde betaling diende terug te betalen. Het resterende bedrag na betaling van €49,50 bleef €49,50. Het beroep van [persoon A] op verjaring faalde omdat de vijfjarige verjaringstermijn nog niet was verstreken.
De rechtbank wees de vordering tot betaling van €49,50 toe, maar wees de vordering tot wettelijke rente af. De proceskosten werden aan Kedin opgelegd wegens rauwelijks dagvaarden, maar deze werden begroot op nihil omdat [persoon A] in persoon procedeerde.
Uitkomst: De vordering tot betaling van €49,50 wordt toegewezen wegens onverschuldigde betaling; de kredietovereenkomst is nietig verklaard wegens het niet uitvoeren van de kredietwaardigheidstoets.