ECLI:NL:RBROT:2021:3145
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling zorgverzekeringspremie en kosten na beëindiging betalingsregeling
VGZ Zorgverzekeraar N.V. heeft een zorgverzekeringsovereenkomst met gedaagde. Gedaagde heeft niet alle premie- en zorgkosten betaald. Er was een betalingsregeling overeengekomen in 2017, maar deze is beëindigd vanwege niet tijdige betalingen. VGZ sommeerde gedaagde meerdere keren tot betaling, waarna zij de vordering uit handen gaf aan een gemachtigde.
Gedaagde betwist de vordering deels en stelt dat betalingen door de deurwaarder werden tegengehouden, waardoor hij dacht dat alles was voldaan. De rechtbank stelt vast dat gedaagde de hoofdsom niet heeft betwist en wijst de vordering van € 409,74 plus wettelijke rente toe. De rechtbank oordeelt dat de dagvaarding niet nodeloos was omdat gedaagde sinds april 2020 niet meer betaalde en geen contact opnam.
De proceskosten en nakosten worden aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 409,74 plus wettelijke rente en proceskosten.