ECLI:NL:RBROT:2021:317
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afsluiten Wmo-melding is geen besluit; schadevergoeding wegens onrechtmatig delen persoonsgegevens afgewezen
Eiser heeft zich op 13 september 2018 gemeld bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam met het verzoek om een vervoersvoorziening op grond van de Wmo 2015. Verweerder heeft de melding op 13 november 2018 telefonisch besproken en vervolgens bevestigd dat de melding niet verder in behandeling wordt genomen, omdat eiser zijn melding betreffende collectief aanvullend vervoer introk. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt en later beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar.
De rechtbank oordeelt dat de brief van 13 november 2018 geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat nog geen aanvraag was gedaan en de brief van informatieve aard is zonder rechtsgevolg. Daarom was bezwaar tegen deze brief niet ontvankelijk. Het beroep tegen het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar wordt ongegrond verklaard.
Wel wordt geoordeeld dat verweerder niet tijdig op het bezwaar heeft beslist, maar een dwangsom is niet verschuldigd omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk was. Het verzoek van eiser tot schadevergoeding wegens onrechtmatige verwerking en delen van privacygevoelige gegevens wordt afgewezen omdat eiser geen begin van bewijs heeft geleverd voor deze onrechtmatigheid of schade.
De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar gegrond, het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar wordt gegrond verklaard, het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond, en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.