Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
VGZ Zorgverzekeraar N.V.,
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
VGZ Zorgverzekeraar vordert betaling van een bedrag van €406,95 aan achterstallige zorgpremies, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 6 december 2020, alsmede buitengerechtelijke kosten en proceskosten van gedaagde. Eerder was gedaagde al veroordeeld tot betaling van een deel van de premieachterstand, waarbij VGZ haar rechten op het resterende bedrag had voorbehouden.
Gedaagde betwist de vordering en stelt dat hij alle premies heeft voldaan, mede omdat de gemeente Drechtsteden maandelijks premies heeft ingehouden en afgedragen na het eerdere vonnis. VGZ stelt dat de huidige vordering betrekking heeft op het restant van de premies over de periode augustus 2016 tot en met februari 2017, die nog niet zijn voldaan.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde zijn stelling onvoldoende heeft onderbouwd en wijst de vordering toe. Tevens wordt de wettelijke rente en de proceskosten aan VGZ toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €406,95 plus wettelijke rente en proceskosten aan VGZ.