Op 25 februari 2020 werd in een woning te Schiedam een kast doorzocht waarin circa 195 gram cocaïne werd aangetroffen. De verdachte ontkende kennis van deze drugs, en de rechtbank kon niet overtuigend vaststellen dat de cocaïne in zijn machtssfeer was, waardoor hij hiervoor werd vrijgesproken.
In dezelfde kast werd een omgebouwd alarmpistool gevonden in een afgesloten kluis. DNA op het patroonmagazijn kwam overeen met de verdachte, wat het bezit van het vuurwapen wettig en overtuigend bewezen maakte. Ondanks dat het wapen niet functioneerde en geen munitie bevatte, kwalificeerde het als een vuurwapen volgens de Wet wapens en munitie.
De rechtbank achtte het onbevoegd bezit van het wapen strafbaar en legde een gevangenisstraf van 3 maanden op, met aftrek van voorarrest. De straf is lager dan de door het Openbaar Ministerie geëiste 9 maanden, mede vanwege de vrijspraak voor het cocaïnebezit. De persoonlijke omstandigheden en eerdere veroordelingen van de verdachte werden meegewogen.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 8 april 2021.