Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
A. De huurovereenkomst tussen Woonbron en [gedaagde] met betrekking tot het gehuurde met onmiddellijke ingang te ontbinden;
Rechtbank Rotterdam
Drie (ex-)buren van de huurder hebben ernstige en structurele overlast ervaren, waaronder geluidsoverlast, bedreigingen en intimidatie. Twee buren hebben hierdoor hun woning verlaten of willen verhuizen. Woonbron, verhuurder, heeft meerdere klachten ontvangen en pogingen tot bemiddeling ondernomen, maar de overlast bleef voortduren.
De huurder betwist de vordering en stelt dat de overlast mede veroorzaakt wordt door gehorige woningen en dat Woonbron onvoldoende heeft ingezet op geluidsisolatie. Ook wijst hij op overlast van een buurman en stelt dat Woonbron enkel dossieropbouw tegen hem nastreeft.
De rechtbank stelt vast dat de overlast door de huurder is veroorzaakt en dat hij tekortschiet in zijn verplichtingen als goed huurder. Bemiddeling en waarschuwingen hebben niet geleid tot verbetering. De rechtbank acht ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming gerechtvaardigd en wijst de vordering tot betaling van huurpenningen tot ontruimingsdatum af wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen.