ECLI:NL:RBROT:2021:3242
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde appartement en beroep op gelijkheidsbeginsel
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een appartement gelegen op de 10e etage, vastgesteld op € 209.000,- voor het belastingjaar 2019. Eiser betwist deze waarde en stelt dat de waarde € 197.000,- behoort te zijn. Verweerder onderbouwt de vaststelling met een taxatierapport en vergelijkingsobjecten die qua kenmerken vergelijkbaar zijn.
Eiser voert aan dat de vergelijkingsobjecten niet identiek zijn en doet een beroep op het gelijkheidsbeginsel, stellende dat vergelijkbare appartementen in hetzelfde complex een lagere WOZ-waarde hebben. De rechtbank oordeelt dat de appartementen op verschillende etages liggen en verweerder een bouwlaagdifferentiatie toepast, waardoor het gelijkheidsbeginsel niet wordt geschonden.
Daarnaast verzoekt eiser om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank constateert een overschrijding van ongeveer een maand, maar acht de coronapandemie een bijzondere omstandigheid die verlenging rechtvaardigt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt afgewezen.