De rechtbank Rotterdam behandelde een kort geding tussen een voormalige maat van een verloskundigenmaatschap en de overige maten over de executie van een dwangsom wegens overtreding van een concurrentiebeding. De maatschapsovereenkomst bevatte een concurrentiebeding dat de voormalige maat verbood binnen een straal van vijf kilometer een verloskundigenpraktijk uit te oefenen.
De voormalige maat was sinds 2019 als zelfstandig verloskundige actief op een adres binnen de verboden straal en werkte tevens als waarnemend verloskundige bij een praktijk waarvan het werkgebied de hele stad Rotterdam omvatte, inclusief locaties binnen het concurrentiebeding. De rechtbank achtte aannemelijk dat het concurrentiebeding was overtreden en dat de dwangsom van € 25.000,00 daardoor was verbeurd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het vonnis van 22 augustus 2018, waarin het concurrentiebeding was vastgesteld, bindend is en dat de executie van de dwangsom niet geschorst kan worden. Ook het beroep op onvoldoende financiële middelen en strijdigheid met mededingingsregels faalde. De vorderingen tot schorsing en matiging van de dwangsom werden afgewezen en de eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.