Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 13 oktober 2020, met producties waaronder de beslagstukken;
- de conclusie van antwoord van [gedaagde 1] ;
- de conclusie tot referte van [gedaagde 2] ;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 9 maart 2021;
- de schriftelijke reactie van [gedaagde 2] op het proces-verbaal.
2..De feiten
1..Definities
4..Exploitatie van de Tanks, eigendom product
5..Administratie
6..Vergoeding, betaaltermijn
2.7.2 Beleidsregel accijnswetgeving
in een AGPopgenomen.
directna de inventarisaties plaatsvinden, ongeacht het aantal inventarisaties. Dit betekent dat ook bedrijven die hun voorraad in gedeelten inventariseren (partiële inventarisaties) direct na die gedeeltelijke inventarisatie de meer- en minderbevindingen moeten salderen. Het opnemen van meer- en minderbevindingen op een aparte lijst na elke partiële inventarisatie en daarna eenmaal per jaar alle meer- en minderbevindingen salderen, is hiermee niet in overeenstemming. Indien na inventarisatie, saldering en aanpassing van de administratie een minderbevinding resteert, wordt dit aangemerkt als uitslag tot verbruik in de zin van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de WA [Wet op de accijns; opmerking rechtbank]. Deze minderbevinding moet worden opgenomen in de periodieke aangifte van de maand waarin de minderbevinding is geconstateerd. Voor de minder bevonden hoeveelheid minerale oliën die wordt aangemerkt als uitslag tot verbruik is niet alleen accijns verschuldigd, maar ook de voorraadheffing.
3..Het geschil
1. voor recht verklaart dat [eiseres] op grond van artikel 843a Rv recht heeft op verstrekking door zowel [gedaagde 1] als [gedaagde 2] van inzage in en afschrift van: