De rechtbank Rotterdam heeft op 24 maart 2021 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die ervan werd verdacht meermalen opzettelijk onjuiste aangiften inkomstenbelasting te hebben gedaan over de jaren 2012 en 2013. De verdachte gaf te lage bedragen aan belastbaar inkomen en te hoge giften op, waardoor te weinig belasting werd geheven.
Tijdens de terechtzittingen op 1 december 2020 en 10 maart 2021 is het bewijs onderzocht. De rechtbank oordeelde dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte bewust onjuiste elektronische aangiften heeft ingediend, gebruikmakend van gefingeerde giften aan een stichting. Dit ondermijnde het vertrouwen in het belastingstelsel en benadeelde de samenleving en de betreffende stichting.
De verdachte had geen strafblad en er waren geen omstandigheden die strafuitsluiting rechtvaardigden. Gezien de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden legde de rechtbank een taakstraf van 30 uur op, met een vervangende hechtenis van 15 dagen bij niet-naleving. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.