ECLI:NL:RBROT:2021:3346

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 april 2021
Publicatiedatum
15 april 2021
Zaaknummer
8945973 CV EXPL 20-47519
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:44 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling huurachterstand met mindering op incassokosten en rente

De zaak betreft een huurgeschil tussen Woonstichting De Zes Kernen en huurders [gedaagde 1] en [gedaagde 2] over een huurachterstand. De huurders huren een woning tegen een maandelijkse huur van €566,95 en zijn overeengekomen dat de huur uiterlijk de 15e van de maand betaald dient te worden.

De Zes Kernen vordert betaling van een restant hoofdsom van €107,76 plus wettelijke rente vanaf 18 december 2020, na vermindering van de eis. De huurders hebben meerdere betalingen verricht, maar niet volledig voldaan. De kantonrechter stelt vast dat de betalingen eerst in mindering moeten worden gebracht op buitengerechtelijke incassokosten (€102,90), daarna op vervallen rente (€7,43) en vervolgens op de huurachterstand zelf.

De huurders betwisten de incassokosten, maar hebben dit niet onderbouwd, waardoor dit verweer faalt. De gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen. De kantonrechter veroordeelt de huurders tot betaling van het resterende bedrag van €107,76 plus rente en in de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Huurders worden veroordeeld tot betaling van €107,76 plus wettelijke rente en proceskosten, met mindering van incassokosten en rente op betalingen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8945973 CV EXPL 20-47519
uitspraak: 16 april 2021
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van:
de stichting,
Woonstichting De Zes Kernen,
gevestigd te Abbenbroek (gemeente Nissewaard),
eiseres,
gemachtigde: Gerechtsdeurwaarder [naam],
tegen:

1. [gedaagde 1] ,

2. [gedaagde 2] ,
wonende te [woonplaats gedaagden] ,
gedaagden,
die zelf procederen,
Partijen worden hierna aangeduid als ‘De Zes Kernen’ en ‘ [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ’.

1..Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 22 december 2020, met bijlagen;
de conclusie van antwoord, met bijlage;
het tussenvonnis van 25 januari 2021 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
de aantekening dat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 11 maart 2021 overeenkomstig artikel 2 lid 1 van Pro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid via een beeld- en geluidverbinding met het programma Skype voor bedrijven;
de vermindering van eis, zoals aangekondigd door De Zes Kernen tijdens de mondelinge behandeling.
Het vonnis is bepaald op heden.

2..De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.
2.1
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] huren de woning aan de [adres] van De Zes Kernen. De huurprijs bedraagt op dit moment € 566,95 per maand. Partijen zijn overeengekomen dat de huur iedere 15e van de betreffende maand moet worden voldaan.
3.
Het geschil
3.1
De Zes Kernen vordert – na vermindering van eis – dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, worden veroordeeld tot betaling aan De Zes Kernen van een bedrag van € 107,76 te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 18 december 2020, tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de proceskosten.
3.2
De Zes Kernen legt aan haar vordering tot betaling van de huur nakoming van de huurovereenkomst ten grondslag. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn hun verplichting om tijdig de huur te betalen niet nagekomen. Hierdoor zijn [gedaagde 1] en [gedaagde 2] aan De Zes Kernen tevens buitengerechtelijke incassokosten en rente over deze periode verschuldigd. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben meerdere keren een bedrag betaald, zodat er een bedrag van € 107,76 aan hoofdsom resteert.
3.3
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben verweer gevoerd. Daarop zal – voor zover van belang – hierna worden ingegaan.

4..De beoordeling

4.1
Tussen partijen is niet in geschil dat op verschillende momenten huurachterstanden zijn ontstaan in de periode van juli 2020 tot en met december 2020. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben in dit kader echter betalingen verricht op 3 september, 29 september, 2 december en 22 december 2020. Omdat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] deze betalingen hebben verricht aan De Zes Kernen, nadat zij kosten heeft moeten maken voor de inning van haar vordering, strekken deze betalingen op grond van artikel 6:44 eerste Pro lid BW als eerste in mindering van de buitengerechtelijke incassokosten, daarna van de reeds vervallen rente en tot slot van de huurachterstand zelf.
Om te bepalen of er nog sprake is van een huurachterstand tussen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en De Zes Kernen – en indien zo, wat die huurachterstand bedraagt – dient met andere woorden eerst bekeken te worden of [gedaagde 1] en [gedaagde 2] buitengerechtelijke kosten en reeds vervallen rente verschuldigd zijn aan De Zes Kernen. Hiertoe wordt het volgende overwogen.
4.2
De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen, nu daartegen geen nader verweer is gevoerd.
4.3
De Zes Kernen maakt tevens aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] betwisten dat zij deze kosten verschuldigd zijn en voeren aan dat dit niet klopt naar hun gevoel. Zij hebben echter nagelaten deze betwisting nader te onderbouwen met feiten en omstandigheden, waardoor dit verweer niet slaagt. Voldoende gebleken is dat voldaan is aan de wettelijke vereisten, zodat het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
4.4
Gelet op rechtsoverweging 4.1 is in de periode van juli 2020 tot en met december 2020 door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een bedrag van € 3.404,27 betaald. Dit bedrag strekt als eerste in mindering van de buitengerechtelijke incassokosten voor een bedrag van € 102,90, daarna van de reeds vervallen rente voor een bedrag van € 7,43 en tot slot van de huurachterstand voor een bedrag van € 3.293,94. Hierdoor resteert een vordering ter hoogte van € 107,76 aan hoofdsom.
4.5
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.
4.6
Dit vonnis wordt zoals De Zes Kernen vordert ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard. Dit betekent dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] aan de veroordelingen moeten voldoen en dat zij de aan De Zes Kernen toegekende vergoeding moeten betalen aan De Zes Kernen.

5..De beslissing

De kantonrechter
:
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] aan De Zes Kernen te betalen een bedrag van € 107,76, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over dit bedrag vanaf 18 december 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van De Zes Kernen vastgesteld op € 507,- aan griffierecht, € 108,47 aan dagvaardingskosten en € 248,- (2 punten x € 124,- per punt) aan salaris voor de gemachtigde;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
44236