De officier van justitie verzocht de rechtbank Rotterdam om een zorgmachtiging te verlenen voor betrokkene, die lijdt aan middel geïnduceerde psychoses, een stoornis in het gebruik van cannabis en alcohol, suïcidaliteit, posttraumatische stressstoornis en een verstandelijke beperking. Betrokkene verblijft momenteel in Antes en ontvangt intensieve behandeling.
Tijdens de mondelinge behandeling werd betoogd dat betrokkene onder de Wet zorg en dwang (Wzd) zou moeten vallen vanwege de verstandelijke beperking, maar de rechtbank oordeelde dat de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) toepasselijk is gezien de psychotische aspecten en de praktische problemen bij overplaatsing.
De rechtbank stelde vast dat het gedrag van betrokkene ernstig nadeel veroorzaakt of daaraan een aanzienlijk risico geeft, waaronder lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Verplichte zorg is noodzakelijk omdat betrokkene onvoldoende ziekte-inzicht heeft en geen vrijwillige zorg accepteert.
De rechtbank verleende de zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte zorgvormen zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking en opname in een accommodatie. Minder ingrijpende alternatieven zijn niet beschikbaar. De beschikking is op 30 maart 2021 mondeling gegeven en op 14 april 2021 schriftelijk vastgelegd.