De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan zwakbegaafdheid met een IQ van 50 en psychotische aspecten, waaronder schizofrenie en stemmingsstoornissen. Betrokkene verblijft momenteel in een kliniek en is niet in staat zelfstandig te functioneren of zijn financiën te beheren, wat heeft geleid tot ernstige schulden en overlast.
Tijdens de mondelinge behandeling, die via beeld- en geluidverbinding plaatsvond, verklaarde een verpleegkundig specialist dat betrokkene veel begeleiding nodig heeft en dat het afbouwen van medicatie niet verantwoord is vanwege agressief gedrag. De rechtbank overwoog dat hoewel betrokkene zwakbegaafd is en mogelijk onder de Wet zorg en dwang (Wzd) zou kunnen vallen, de huidige GGZ-setting passend is en praktische problemen bij overplaatsing bestaan, waardoor toepassing van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) gerechtvaardigd is.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn psychische stoornis, waaronder risico op financiële schade en agressie, en dat vrijwillige zorg niet mogelijk is vanwege gebrek aan ziekte-inzicht en weigering van hulp. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk. De rechtbank verleende een zorgmachtiging voor twaalf maanden, waarbij medicatie, medische controles, bewegingsbeperking en opname in een accommodatie als verplichte zorgvormen werden vastgesteld. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar, en de zorg is evenredig en effectief.
De beschikking werd mondeling gegeven op 30 maart 2021 en schriftelijk uitgewerkt op 14 april 2021. Tegen deze beschikking staat cassatie open.