Eiseres verzocht op 17 augustus 2018 om gemeentelijke schulddienstverlening in de vorm van een breed moratorium. Verweerder wees dit verzoek op 28 augustus 2019 af wegens het niet opvolgen van adviezen van schuldhulpverleners en het ontbreken van een vaststaande schuldenlast. Eiseres stelde dat zij niet verplicht kon worden haar onderneming te beëindigen en dat de gestelde eisen onredelijk waren.
De rechtbank overwoog dat de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) gemeenten beleidsvrijheid geeft en dat de medewerkingsplicht van eiseres redelijkerwijs vereist dat zij haar inkomen vergroot en schulden aflost. Eiseres had onvoldoende onderbouwd dat zij haar mogelijkheden ten volle benut en had niet actief gezocht naar loondienst. De rechtbank vond de lange doorlooptijd niet onzorgvuldig en oordeelde dat verweerder geen onredelijke eisen stelde.
Het beroep werd ongegrond verklaard, met de mogelijkheid voor eiseres om een nieuwe aanvraag in te dienen als zij nieuwe informatie heeft. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.