Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..Het geschil
3..De beoordeling
4..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure vordert eiser betaling van een bedrag van € 1.140,30 plus wettelijke handelsrente en proceskosten van gedaagde, voortvloeiend uit een overeenkomst voor het bedrukken van sportkleding. Gedaagde had na dagvaarding een bedrag van € 1.238,79 betaald, waarvan eiser stelt dat dit niet alle proceskosten dekt.
Gedaagde stelde dat met deze betaling alle kosten waren voldaan en dat de procedure daarmee beëindigd was. Dit werd bevestigd in een e-mail aan de incassogemachtigde. De kantonrechter oordeelde dat het op de weg van eiser had gelegen om gedaagde te wijzen op de nog openstaande proceskosten, wat niet is gebeurd.
Hierdoor werden bepaalde proceskosten als nodeloos beschouwd en voor rekening van eiser gelaten. Uiteindelijk werd gedaagde veroordeeld tot betaling van het restant van € 116,97 aan proceskosten, vermeerderd met wettelijke rente, en werd het meer of anders gevorderde afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €116,97 aan resterende proceskosten vermeerderd met wettelijke rente.