Op 21 december 2020 mishandelde de verdachte een slachtoffer te Krimpen aan den IJssel door met kracht diens keel vast te pakken, tegen de keel te duwen en meerdere malen in het gezicht en hoofd te stompen. De rechtbank verklaarde het primair ten laste gelegde feit niet bewezen, maar het subsidiair ten laste gelegde mishandeling werd door de verdachte bekend en bewezen verklaard.
Gedragsdeskundigen stelden vast dat de verdachte leed aan schizofrenie en ten tijde van het feit psychotisch was, waardoor hij zijn wil niet vrij kon bepalen en impulsief handelde op basis van auditieve hallucinaties. Op grond hiervan werd geconcludeerd dat het feit de verdachte niet kan worden toegerekend.
De rechtbank nam het advies van de deskundigen over en ontsloeg de verdachte van alle rechtsvervolging. Tevens werd kennisgenomen van een verzoek tot afgifte van een zorgmachtiging, waarover bij afzonderlijke beschikking is beslist.
De verdachte werd vrijgesproken van het primair ten laste gelegde en veroordeeld voor het subsidiair ten laste gelegde, maar niet strafbaar verklaard vanwege zijn psychische stoornis. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
De uitspraak benadrukt het belang van deskundigenrapporten bij de beoordeling van strafbaarheid en de toepassing van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg in strafzaken.