De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van het kind in een pleeggezin voor de duur van een jaar. Het kind verblijft momenteel in een crisispleeggezin en kan niet terugkeren naar de moeder, die onvoldoende in staat is gebleken de benodigde zorg te bieden. De vader is tot november 2020 nauwelijks betrokken geweest, maar toont sindsdien een positieve houding en wil samen met zijn partner de zorg op zich nemen. Er is echter nog onvoldoende zicht op zijn opvoedvaardigheden.
De moeder stemt in met verlenging en benadrukt het belang van een stabiele en perspectiefbiedende plek voor het kind, terwijl de vader een onderzoek naar zijn rol wenst. De Raad voor de Kinderbescherming benadrukt de noodzaak van rust en stabiliteit voor het kind en ziet zorgen bij een plaatsing bij de vader vanwege de prille relatie en spanningen tussen ouders.
De kinderrechter oordeelt dat verlenging noodzakelijk is in het belang van het kind en wijst een termijn van één jaar toe. Dit geeft ruimte voor voortgezet onderzoek naar de rol van de vader, terwijl het kind in een stabiel pleeggezin kan opgroeien. Een kortere termijn zoals vier maanden is niet passend vanwege de onzekerheden en het belang van het kind bij rust en continuïteit.