De werknemer was in dienst bij de werkgever als meubelverkoper en had recht op een bonus over 2019. Na zijn ontslag hield de werkgever de bonus in vanwege vermeende overtredingen van nevenarbeid, non-concurrentie- en relatiebeding, waarvoor boetes waren gesteld.
De rechtbank beoordeelde vier vermeende overtredingen waarbij de werknemer betrokken zou zijn bij nevenactiviteiten via de onderneming van zijn partner. De rechtbank oordeelde dat de werkgever onvoldoende onderbouwing leverde dat de werknemer de arbeidsovereenkomst heeft overtreden, mede omdat het aanbieden van producten buiten de collectie van de werkgever binnen de normale werkzaamheden viel en er geen sprake was van concurrentie of overtreding van het relatiebeding tijdens het dienstverband.
De reconventionele vordering van de werkgever tot betaling van boetes werd afgewezen. Hierdoor was het beroep op opschorting en verrekening onterecht en werd de bonus van €9.000 netto plus vakantiebijslag en wettelijke rente toegewezen. Tevens werd een wettelijke verhoging van 25% en vergoeding van buitengerechtelijke kosten toegekend. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.