ECLI:NL:RBROT:2021:3873
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs van overeenkomst energielevering
De zaak betreft een vordering van een energieleverancier tegen een consument voor betaling van openstaande facturen voor energielevering. Eiseres stelt dat tussen partijen een overeenkomst is gesloten op 4 april 2019 buiten de verkoopruimte, waarbij gedaagde akkoord is gegaan met levering van elektriciteit en gas. Gedaagde betwist het bestaan van deze overeenkomst en ontkent de handtekening op het contract.
Eiseres heeft facturen gestuurd en aanmaningen verzonden, maar gedaagde heeft niet betaald. In de procedure heeft eiseres het bestaan van de overeenkomst niet voldoende bewezen. De kantonrechter stelt dat de bewijslast hiervoor bij eiseres ligt en dat de enkele stelling dat de handtekening op een tablet is geplaatst onvoldoende is. Ook de door eiseres aangevoerde betalingen en bankrekeningnummers zijn niet overtuigend onderbouwd.
Verder is het telefoongesprek dat eiseres aanvoert niet toereikend om het bestaan van de overeenkomst vast te stellen. Omdat eiseres geen bewijsaanbod heeft gedaan en de bewijsvoering onvoldoende is, wijst de rechtbank de vordering af. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden vastgesteld aan de zijde van gedaagde omdat deze in persoon procedeert.
Uitkomst: Vordering afgewezen wegens onvoldoende bewijs van overeenkomst, eiseres veroordeeld in proceskosten.