Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..Het geschil
3..De beoordeling
4..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure vordert eiser betaling van openstaande facturen, wettelijke handelsrente en incassokosten van gedaagde. Het geschil betreft drie koopovereenkomsten: een datalogger, een minikart en een motor.
Gedaagde betwist de vordering voor de datalogger en minikart. Voor de datalogger kon eiser onvoldoende aantonen dat een overeenkomst bestond. Ten aanzien van de minikart was onenigheid over de prijs; eiser stelde €2.750,-, gedaagde €2.000,- betaald te hebben. Eiser onderbouwde zijn standpunt onvoldoende, waardoor deze vordering werd afgewezen.
Voor de motor erkende gedaagde niet contractpartij te zijn, maar uit WhatsApp-berichten bleek dat hij zelf factureerde aan de klant, wat wijst op een overeenkomst met betalingsverplichting. Daarom werd deze vordering toegewezen. Tevens werd de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.633,50 voor de motor, rente en incassokosten; overige vorderingen worden afgewezen.