Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..De vordering
4..Het verweer
5..De beoordeling
6..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een kort geding tussen Stichting Havensteder en gedaagden over de ontruiming van een woning en betaling van huurachterstanden. De oorspronkelijke huurder is overleden, waarna gedaagden de woning zonder recht of titel bleven bewonen. Havensteder vordert ontruiming en betaling van achterstallige huurpenningen en gebruiksvergoedingen.
De kantonrechter stelt vast dat de huurovereenkomst van rechtswege is geëindigd twee maanden na het overlijden van de huurder, omdat gedaagden geen hoofdverblijf hadden in de woning en geen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid tot voortzetting van de huurovereenkomst. Bewijzen zoals uitschrijving uit het bevolkingsregister, verklaringen van omwonenden en politieconstateringen ondersteunen dit.
Gedaagden betwisten het niet substantieel en voeren onvoldoende tegenbewijs aan. De kantonrechter oordeelt dat de vordering tot ontruiming en betaling van de achterstallige bedragen toewijsbaar is. Vanwege de persoonlijke omstandigheden van gedaagden wordt een ontruimingstermijn van 14 dagen gegeven. Tevens worden proceskosten toegewezen en verklaart de rechter het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen en betaling van achterstallige huur en gebruiksvergoedingen.