ECLI:NL:RBROT:2021:4040

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 februari 2021
Publicatiedatum
6 mei 2021
Zaaknummer
C/10/612462 / FA RK 21-798
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 WvggzArtikel 2 lid 1 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging op grond van Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg voor stabilisatie en zorg

De officier van justitie verzocht bij de rechtbank Rotterdam om verlenging van een zorgmachtiging voor een betrokkene met schizofrenie, die reeds een zorgmachtiging had tot 1 maart 2021. De betrokkene verblijft bij GGZ Delfland en vertoont wisselend impulsief en verbaal agressief gedrag, met ernstige psychotische wanen die leiden tot risico op ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

Tijdens de mondelinge behandeling, die vanwege COVID-19 via beeld- en geluidverbinding plaatsvond, werd betrokkene gehoord samen met haar advocaat en een verpleegkundige specialist. De rechtbank concludeerde dat betrokkene onvoldoende ziekte-inzicht heeft en niet bereid is vrijwillige zorg te accepteren, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is.

De rechtbank achtte het toedienen van medicatie en medische controles noodzakelijk, maar zag geen aanleiding voor beperkingen van bewegingsvrijheid of insluiting. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de voorgestelde zorg is evenredig en effectief. De zorgmachtiging wordt verleend voor twaalf maanden, tot 16 februari 2022, met het doel de geestelijke en fysieke gezondheid te stabiliseren en betrokkene zo veel mogelijk haar autonomie te laten herwinnen.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte medicatie en medische zorg.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/612462 / FA RK 21-798
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 16 februari 2021 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene],
hierna: betrokkene,
wonende en thans verblijvende bij GGZ Delfland te Rotterdam,
advocaat mr. D.S. Lösing te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 1 februari 2021.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring opgesteld door [naam 1], psychiater, van 20 januari 2021;
  • een niet ingevulde zorgkaart;
  • het zorgplan van 4 januari 2021;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
  • de relevante strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene; en
  • het bericht dat er geen relevante politiegegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 februari 2021. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van Pro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:
  • betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;
  • [naam 2], verpleegkundige specialist, verbonden aan GGZ Delfland.
1.3.
De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Bij beschikking van 1 september 2020 heeft de rechtbank een zorgmachtiging verleend tot 1 maart 2021. Op 1 februari 2021 heeft de officier een verzoek ingediend voor een aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden
2.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.
2.3.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Betrokkene verblijft een langere tijd op de huidige behandelafdeling. Gedreven door psychotische belevingen laat betrokkene wisselend impulsief gedrag zien. Er is regelmatige sprake van verbale agressie. Door de medicamenteuze behandeling is er minder sprake van fysieke agressie en is er beter contact mogelijk met betrokkene. Er blijft echter sprake van verbale agressie. Betrokkene heeft waanideeën waardoor zij denkt dat ze 87 kinderen heeft, verwerkt door een Delftse politieagent, die voor de geboorte bij haar zijn weggehaald. Als betrokkene op staat loopt, hoort ze de kinderen roepen, waarna zij op straat onbekende kinderen aanspreekt en vraagt met haar mee te gaan. In Rotterdam is dit zover bekend niet voorgekomen. Betrokkene heeft aansturing nodig bij de zelfverzorging en de verzorging van haar woonomgeving. Ze heeft een ongezonde levensstijl, overgewicht en mogelijk een slaapapneu syndroom. Betrokkene weigert verder onderzoek hiernaar. Momenteel gaat het een stuk beter met betrokkene in de accommodatie. Betrokkene heeft een huwelijksaanzoek gekregen en haar verloofde zal naar Nederland verhuizen. Voor haar verloofde wil betrokkene graag een huis regelen.
2.4.
Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat betrokkene haar autonomie zoveel mogelijk herwint en de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van haar psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor, heeft betrokkene zorg nodig.
2.5.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.
Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Tijdens de mondelinge behandeling geeft betrokkene aan dat ze de medicatie inneemt om problemen te voorkomen, maar dat ze er eigenlijk vanaf wil. Betrokkene heeft geen ziektebesef of ziekte-inzicht. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling met de aanwezigen besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het beperken van de bewegingsvrijheid, het insluiten, het uitoefenen van toezicht en het opnemen in een accommodatie worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet afdoende is gemotiveerd. Betrokkene vindt het verblijf in de accommodatie prima. Ze heeft een soort eigen appartement in de accommodatie waar ze zelf kan koken. De rechtbank heeft er voldoende vertrouwen in dat betrokkene in de accommodatie zal verblijven.
2.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden met ingang van vandaag.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 februari 2022.
Deze beschikking is op 16 februari 2021 mondeling gegeven door mr. A.C. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.M.P.H. van den Boomen, griffier, en op 22 februari 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.