ECLI:NL:RBROT:2021:4073
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete wegens niet-handhaven rookverbod in coffeeshop
Op 10 november 2019 voerde een toezichthouder van de NVWA een inspectie uit in een coffeeshop geëxploiteerd door eiseres. Tijdens deze inspectie werd vastgesteld dat in een niet als rookruimte aangewezen ruimte door drie bezoekers joints met tabak werden gerookt, terwijl een medewerker aanwezig was en de bezoekers niet werden aangesproken op het roken.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid legde daarop een boete van €600,- op, welke bij besluit van 14 april 2020 werd gehandhaafd. Eiseres stelde dat de bewijslast bij verweerder lag en dat het rapport onvoldoende was gemotiveerd en niet deugdelijk was onderzocht. Ook voerde zij aan dat de ruimte als rookruimte was aangewezen of dat zij mocht vertrouwen op toezeggingen van niet-handhaving.
De rechtbank oordeelde dat het rapport van de toezichthouder, ondanks dat het door één persoon was opgesteld, voldoende bewijs leverde dat het rookverbod was overtreden. De ruimte was niet als rookruimte aangewezen en er werden werkzaamheden verricht. Er was geen reden om de boete te matigen of te vernietigen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens het niet handhaven van het rookverbod wordt ongegrond verklaard.