Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: ROT 20/1579
Rechtbank Rotterdam
Eiser had twee voertuigen geparkeerd op een terrein aan de Industrieweg te Rotterdam waar tijdelijk een parkeerverbod gold vanwege werkzaamheden. Verweerder heeft de voertuigen op 25 november 2019 weggesleept en opgeslagen, waarna de kosten bij eiser in rekening werden gebracht. Eiser stelde dat het niet noodzakelijk was beide voertuigen weg te slepen en dat hij niet op de hoogte was van het parkeerverbod vanwege verblijf in het buitenland.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was tot het wegslepen van de voertuigen en dat het parkeerverbod rechtsgeldig was. Eiser maakte niet aannemelijk dat het wegslepen onnodig was of dat hem geen verwijt kon worden gemaakt. De rechtbank verwierp het betoog dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door niet te waarschuwen.
Verder werd geoordeeld dat de kosten voor het wegslepen en opslaan in principe voor rekening van eiser komen, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. De rechtbank vond dat verweerder zich aan de werkinstructies had gehouden en dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor een uitzondering op de regel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot bestuursdwang en kostenoplegging wordt ongegrond verklaard.