De rechtbank Rotterdam behandelde op 6 april 2021 het verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging van de ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen en een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor één van hen.
De drie kinderen, geboren in 2005, 2007 en 2010, zijn allen onder toezicht gesteld vanwege ernstige gedragsproblemen en ontwikkelingsbedreiging. De oudste verblijft in een justitiële jeugdinrichting, de andere twee wonen bij de moeder. De moeder is betrokken maar onvoldoende in staat structuur en grenzen te bieden. De oudste vertoont forse gedragsproblematiek, is moeilijk aanspreekbaar en heeft meerdere contacten met politie.
De GI verzocht verlenging van de ondertoezichtstelling voor een jaar en machtiging tot gesloten jeugdhulp voor zes maanden, gevolgd door plaatsing in een drie milieus voorziening. De moeder en de oudste kind waren het niet eens met de gesloten plaatsing. De kinderrechter oordeelde dat de hulpverlening in een gedwongen kader noodzakelijk blijft, dat de wettelijke criteria zijn vervuld en verlengde de ondertoezichtstelling en verleende de machtiging gesloten jeugdhulp en aansluitende uithuisplaatsing.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.