Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
beschikking uithuisplaatsing
[naam kind],
[naam moeder],
Het procesverloop
De feiten
Het aangehouden verzoek
De standpunten
De beoordeling
De beslissing
Den Haag.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering om een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige met een licht verstandelijke beperking te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De minderjarige is na een incident waarbij zij zich aan het gezag van de moeder onttrok, met een spoedmachtiging geplaatst bij een tante moederszijde.
De moeder voert verweer tegen de duur van de machtiging en benadrukt positieve ontwikkelingen en het belang van terugplaatsing met passende hulpverlening. De tante is bereid de minderjarige op te vangen, maar stelt dat concrete stappen door de hulpverlening noodzakelijk zijn.
De kinderrechter constateert langdurige zorgen over de opvoedingssituatie, de kwetsbaarheid van de minderjarige en het gebrek aan vertrouwen in de hulpverlening. Gezien de recente incidenten en het belang van veiligheid wordt de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk geacht. De machtiging wordt echter beperkt tot drie maanden, gelet op de positieve samenwerking van de moeder met hulpverleners en het perspectief op terugkeer.
De beschikking is mondeling gegeven op 16 april 2021 en schriftelijk vastgesteld op 29 april 2021. Hoger beroep is binnen drie maanden mogelijk via het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij een familielid voor drie maanden wordt verleend.