Art. 6:4 WvggzArt. 5:4 lid 2 sub a WvggzArt. 5:16 WvggzArt. 5:17 Wvggz
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toewijzing zorgmachtiging wegens ernstige psychische stoornis met termijnoverschrijding
De rechtbank Rotterdam behandelde op 6 januari 2021 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 WvggzPro voor betrokkene, die lijdt aan een chronisch psychotisch toestandsbeeld in het kader van schizofrenie.
De advocaat van betrokkene bepleitte primair niet-ontvankelijkheid vanwege een forse termijnoverschrijding bij het indienen van het verzoek. De rechtbank overwoog dat de wetgever geen sancties verbindt aan deze termijnoverschrijding en dat deze in dit geval wordt gecompenseerd met een toe te wijzen schadevergoeding, zodat niet-ontvankelijkheid niet wordt uitgesproken.
Uit de medische stukken en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn psychische stoornis en dat vrijwillige zorg onvoldoende is. De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk, maar wees enkele voorgestelde zorgmaatregelen af wegens onvoldoende onderbouwing.
De zorgmachtiging werd verleend voor zes maanden met ingang van 6 januari 2021, waarbij de verplichte zorg bestaat uit medicatie, medische controles en beperkingen in de bewegingsvrijheid en het eigen leven inrichten. De beschikking is op 11 januari 2021 schriftelijk vastgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor zes maanden ondanks termijnoverschrijding, die wordt gecompenseerd met een schadevergoeding.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/610275 / FA RK 20-10033
Externe referentie: [referentienummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 6 januari 2021 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] , [geboorteland betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende en verblijvende aan de [adres betrokkene] , [postcode betrokkene] te [woonplaats betrokkene] ,
advocaat mr. D.H. van Tongerlo te Rotterdam.
1..Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 22 december 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater] , psychiater, van 11 december 2020;
het zorgplan van 11 december 2020;
de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 6 januari 2021.
Bij die gelegenheid zijn verschenen:
de hiervoor genoemde advocaat van betrokkene;
[naam verpleegkundige] , verpleegkundige, verbonden aan Parnassia Groep;
J.F.C. Janssen, officier van justitie.
1.3.
Betrokkene is niet ter zitting verschenen. De rechtbank heeft daarmee vastgesteld
dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen.
2..Beoordeling
2.1.
De advocaat van betrokkene bepleit primair niet-ontvankelijkheid van het verzoek, omdat er sprake is van een termijnoverschrijding. Gelet op artikel 5:16 WvggzPro in samenhang gelezen met artikel 5:17 WvggzPro dient de officier binnen vier weken na de schriftelijke mededeling aan betrokkene, zoals bedoeld in artikel 5:4 lid 2 sub a WvggzPro, een verzoekschrift voor een zorgmachtiging in bij de rechtbank. Deze termijn is fors overschreden.
2.2.
De officier geeft tijdens de mondelinge behandeling aan dat de termijnoverschrijding is ontstaan door ziekte van de vaste behandelaar. Er is daarom te laat bemerkt dat er nog geen onderzoek was gedaan door een onafhankelijk psychiater. Er is inderdaad sprake van een forse termijnoverschrijding, daarom heeft betrokkene recht op een schadevergoeding. Uit de wet blijkt echter niet dat er niet-ontvankelijkheid zou moeten volgen. Niet-ontvankelijkheid is daarom een te zwaar middel, aldus de officier.
2.3.
De rechtbank overweegt dat de wetgever geen sancties verbindt aan de termijnoverschrijding. Hoewel er sprake is van een zeer forse termijnoverschrijding die op zich zeker aanleiding zou kunnen zijn voor een niet-ontvankelijk verklaring, zal de rechtbank daar in dit geval van afzien nu deze termijnoverschrijding reeds wordt gecompenseerd met een toe te wijzen schadevergoeding.
2.4.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een chronisch psychotisch toestandsbeeld in het kader van schizofrenie.
2.5.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van, of het aanzienlijk risico op, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Betrokkene is al dertig jaar bekend met schizofrenie en heeft vele (gedwongen) opnames gehad. Het toestandsbeeld van betrokkene is op dit moment stabiel. Hij neemt vrijwillig zijn medicatie in. Betrokkene is in het verleden dakloos geraakt en ten tijde van zijn psychose was hij in verwaarloosde toestand. Betrokkene heeft een bewindvoerder, omdat hij geldproblemen heeft. Zijn geld gaat op aan alcohol en cannabis. Hij zorgt voor overlast in de buurt doordat hij bij de supermarkt bedelt voor etenswaren of sigaretten.
2.6.
Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.
2.7.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.
Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. De advocaat bepleit dat betrokkene al maanden vrijwillig zorg ontvangt en dat de zorg kan worden voortgezet in een vrijwillig kader. De verpleegkundige verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat betrokkene door de schizofrenie ambivalent is in zijn bereidheid tot vrijwillige behandeling. De ene keer vindt betrokkene dat hij ziek is, de andere keer mankeert hij niets. De verpleegkundige voorziet dat betrokkene zonder machtiging terugvalt in zijn oude gedrag.
De rechtbank acht om die reden verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles, ter behandeling van een psychische stoornis;
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het toelaten van huisbezoeken en het houden aan de controle-afspraken met het behandelteam.
Namens betrokkene voert de advocaat verweer tegen de vormen van zorg, het beperken van de bewegingsvrijheid, het insluiten, het uitoefenen van toezicht, het onderzoek aan kleding of lichaam, het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen, het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen en het opnemen in een accommodatie, omdat deze niet voorzienbaar zijn. De rechtbank gaat hierin mee. Deze vormen van zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden
2.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.
3..Beslissing
De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.7. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 juli 2021;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 6 januari 2021 mondeling gegeven door mr. A.C. Siemons, rechter, in tegenwoordigheid van H.J. de Wit, griffier, en op 11 januari 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.