Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 mei 2021 in de zaak tussen
P.D. de Vries Speelautomaten B.V., te Rotterdam, eiseres,
de burgemeester van Vlaardingen, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
2 november 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2927). In deze uitspraak heeft de Afdeling onder meer geoordeeld dat door de bij de Verordening 2008 behorende kaart de mededinging, die al beperkt is omdat slechts één vergunning beschikbaar is, volledig wordt uitgesloten en dat de toegang tot de markt feitelijk wordt voorbehouden aan de locatie [adres 1] en dus aan degene die over het pand op die locatie beschikt. De Afdeling heeft vervolgens geconcludeerd dat aan de bij de Verordening 2008 behorende kaart verbindende kracht moet worden ontzegd omdat wegens strijd van de met die kaart gestelde beperkingen met het beginsel van gelijke kansen, de raad in zoverre zijn regelgevende bevoegdheid heeft overschreden. Daarnaast heeft de Afdeling geconcludeerd dat verweerder heeft gehandeld in strijd met de transparantieverplichting door niet tijdig en adequaat bekend te maken dat en gedurende welke periode een aanvraag voor een exploitatievergunning voor een speelautomatenhal kon worden ingediend, welke eisen daaraan werden gesteld en welke verdelingsmaatstaven zouden worden gehanteerd. De Afdeling heeft vervolgens het hoger beroep gegrond verklaard en bepaald dat verweerder opnieuw moet beslissen op de bezwaren van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om een exploitatievergunning voor een speelautomatenhal en de verlening van de exploitatie- en aanwezigheidsvergunningen aan Hommerson. Daarbij heeft de Afdeling overwogen dat, voor zover het nieuwe besluit van verweerder zal strekken tot verlening van een vergunning, hij die vergunning pas kan verlenen nadat op enigerlei wijze alsnog ruimte is geboden voor mededinging door de kaart bij de Verordening 2008 zodanig aan te passen dat alsnog een reële keuze wordt geboden tussen meerdere locaties. Verder heeft de Afdeling overwogen dat, alvorens opnieuw gelegenheid tot indiening van aanvragen wordt geboden, op naar buiten toe kenbare wijze dient te worden kennisgegeven van de beschikbaarheid van de vergunning, de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend, de verdelingsprocedure die zal worden gevolgd en de maatstaven die zullen worden gehanteerd.
De bezwaren van eiseres tegen primair besluit I en II zijn bij het bestreden besluit ongegrond verklaard. Aan het bestreden besluit heeft verweerder het advies van de adviescommissie bezwaarschriften (de commissie) van 26 februari 2019 ten grondslag gelegd.
De omstandigheid dat een speelautomatenhal uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar is op een bepaalde locatie, sluit niet uit dat ook andere locaties aan dit criterium kunnen voldoen en daarmee geschikt kunnen zijn. Verder is de commissie van mening dat de voorbereidingstijd voor gegadigden feitelijk al begon na de uitspraak van de Afdeling van 2 november 2016, aangezien die uitspraak landelijke bekendheid heeft gekregen en in verschillende media is besproken. De eis dat een pand beschikbaar moet zijn, ligt voor de hand en ook de overige indieningsvereisten zijn niet zo ongebruikelijk dat gegadigden zich niet daarop hebben kunnen voorbereiden. Daarbij komt dat de mogelijke onzekerheid voor alle gegadigden gold, niet alleen voor eiseres. Bovendien was eiseres aanwezig bij de behandeling van de Verordening 2017 in de raadsvergadering van 14 september 2017. Zij kon dus in ieder geval vanaf dat moment voorbereidingen treffen. Van serieuze stappen van betekenis van eiseres met betrekking tot de doordenking, voorbereiding en realisering van bepaalde concepten die van belang zijn in het licht van de een in te dienen aanvraag, is volgens de commissie niet gebleken.
- de voorschriften en beperkingen die zijn opgenomen in de Verordening 2017 en de Nadere regels binnen het kader en de doelstelling van de Wok en de daarop gebaseerde verordenende bevoegdheid van de gemeenteraad blijven;
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept de primaire besluiten en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 345,- vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.068,-.