ECLI:NL:RBROT:2021:4261
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemeld nabestaandenpensioen
Eiseres ontvangt sinds juni 2013 bijstand en ontving vanaf september 2014 nabestaandenpensioen van een pensioenfonds. Verweerder stelde vast dat eiseres dit pensioen niet had gemeld, wat een schending van de inlichtingenplicht vormt. Hierdoor werd de bijstandsuitkering over de periode september 2014 tot april 2020 herzien en het teveel betaalde bedrag van €7.168,79 teruggevorderd. Tevens werd een boete opgelegd, die na bezwaar werd verlaagd naar €630.
Eiseres betwistte de schending van de inlichtingenplicht en stelde dat zij het pensioen telefonisch had doorgegeven en dat verweerder hiervan op de hoogte was via de Belastingdienst. De rechtbank oordeelde dat eiseres deze stellingen onvoldoende had onderbouwd en dat de inlichtingenplicht objectief is, ongeacht opzet. Het niet melden van het pensioen was terecht aanleiding voor herziening en terugvordering.
De rechtbank ging niet mee in het betoog dat de betaalde belasting over het pensioen van het terug te vorderen bedrag afgetrokken moest worden. Ook zag de rechtbank geen dringende redenen om af te zien van terugvordering of boete. De boete was passend en rekening houdend met draagkracht vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van bijstand en de boete wordt ongegrond verklaard.