ECLI:NL:RBROT:2021:4363
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering verklaring omtrent gedrag vanwege recidive en risico voor samenleving
Eiser vroeg een verklaring omtrent gedrag (VOG) aan voor een functie als chauffeur in de haven, waarbij hij toegang zou hebben tot goederen en informatie met hoge veiligheidseisen. De minister voor Rechtsbescherming weigerde de VOG omdat eiser binnen de terugkijktermijn van vier jaar een veroordeling had voor medeplegen van hennepteelt en drugsbezit, met een geldboete en een voorwaardelijke gevangenisstraf.
Eiser voerde aan dat de beoordeling onzorgvuldig was en dat ook de pleegdatum van het strafbare feit relevant was, maar de rechtbank oordeelde dat de minister in redelijkheid tot het oordeel kon komen dat ook het subjectieve criterium voor weigering was vervuld. De minister had meegewogen dat eiser meerdere keren buiten de terugkijktermijn met justitie in aanraking was gekomen en dat hij nog in proeftijd was.
De rechtbank stelde vast dat de belangenafweging rechtmatig was, waarbij het belang van de samenleving bij bescherming tegen risico's zwaarder woog dan het belang van eiser bij het verkrijgen van de VOG. Ook het economische belang van eiser woog niet zwaarder. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de VOG is ongegrond verklaard.