De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot beëindiging van het ouderlijk gezag van de vader over drie minderjarige kinderen en het verzoek tot ontzegging van omgang tussen de vader en de kinderen. De vader wordt ervan verdacht de moeder van de kinderen te hebben omgebracht en verblijft in voorlopige hechtenis. De kinderen zijn in een perspectief biedend pleeggezin geplaatst en worden vertegenwoordigd door een bijzondere curator.
De rechtbank oordeelt dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd en dat de vader niet in staat is om binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding te dragen. Daarom wordt het gezag van de vader beëindigd en wordt de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond benoemd tot voogd.
Het verzoek van de Raad om de omgang tussen de vader en de kinderen voor twaalf maanden te ontzeggen wordt afgewezen. De rechtbank stelt dat het contact met de vader belangrijk is voor het verwerkingsproces van de kinderen en dat er geen indicaties zijn dat omgang schadelijk zou zijn. De hulpverlening staat achter het contact en de vader wordt aangemoedigd medewerking te verlenen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld door de verzoekers of belanghebbenden.