Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2021 in de zaak tussen
[Naam vennootschap], te [plaats], eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Nu eiseres ook niet in artikel 13.4 Tw of in het Bvgt als verwerkingsverantwoordelijke is aangemerkt, kan zij niet als verwerkingsverantwoordelijke voor het verstrekken van haar klantgegevens ten behoeve van het CIS worden aangemerkt. Dat laat overigens onverlet dat het verzamelen van klantgegevens op zichzelf ook een verwerking van persoonsgegevens is en dat eiseres voor die verwerking, waarvoor zij wel doel en middelen vaststelt, wel verantwoordelijk is. Nu eiseres echter niet verwerkingsverantwoordelijk is voor het verstrekken van haar klantgegevens ten behoeve van het CIS, is zij dat ook niet voor verwerkingen die daarna plaatsvinden in de vorm van het raadplegen van het CIS. Eventuele onrechtmatige raadpleging van het CIS, komt dus niet voor verantwoordelijkheid van eiseres en levert dus ook geen aansprakelijkheid van eiseres op. Dit blijkt ook uit de nota van toelichting bij de wijziging van het Bvgt (Stb. 2006, 426, blz. 10):
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij de boete in stand is gelaten;
- herroept het primaire besluit voor zover daarbij de boete is opgelegd;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het bestreden besluit;
- laat het bestreden besluit voor het overige in stand;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 354 vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.273.