Eisers gaven LAB21 opdracht om een PVC-vloer te leggen in hun nieuwbouwwoning. Na verloop van tijd ontstond bolvorming en loslaten van delen van de vloer, veroorzaakt door scheuren in de betonnen ondervloer. Deskundigen stelden vast dat de ondervloer ongeschikt was voor een verlijmde PVC-vloer, en dat herstel alleen mogelijk was door vervanging van de dekvloer.
Eisers stelden dat LAB21 haar waarschuwingsplicht had geschonden door hen niet te informeren over de risico's van het leggen van een verlijmde PVC-vloer op deze ondervloer. LAB21 betwistte aansprakelijkheid en verwees naar een exoneratiebeding in haar algemene voorwaarden, dat zij stelde van toepassing en niet onredelijk bezwarend was.
De rechtbank oordeelde dat LAB21 als professionele partij onderzoek had moeten doen naar de geschiktheid van de ondervloer en dat zij tekort was geschoten in haar waarschuwingsplicht. Het exoneratiebeding werd vernietigd wegens onredelijkheid. De gevorderde schadevergoeding van €6.750 voor herstelkosten en €1.306,81 voor expertisekosten werd toegewezen, terwijl kosten voor tijdelijke opslag en verblijf werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Daarnaast werd wettelijke rente toegewezen vanaf de datum waarop LAB21 aansprakelijkheid afwees, evenals een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. LAB21 werd veroordeeld tot betaling van in totaal €8.834,65 plus rente en proceskosten.