Op 6 maart 2018 zagen twee toezichthouders op de openbare weg in Drachten een vrachtauto van eiseres rijden op weg naar een tankstation. Bij het tankstation hebben de toezichthouders het vervoermiddel gecontroleerd. Zij zagen dat laadvloeren in de laadruimte van de aanhangwagen en in de laadruimte van de vrachtauto bezoedeld waren met mestresten, afkomstig van schapen. De toezichthouders stelden vast dat het ongeladen vervoermiddel niet gereinigd en ontsmet was
.Vervolgens hebben zij de chauffeur gehoord, die het volgende verklaarde:
"Ik heb net 173 schapen van Jistrum naar [plaats] gebracht, slachthuis [slachthuis] . Dit in opdracht van [vennoot eiseres] . Na het lossen zaten alle hokken daar vol en moesten nog een paar karren gelost worden. Het schoonmaken gebeurt daar direct naast de schapen en de jongens daar willen de schapen daar niet nat hebben. Het schoonmaken van zo'ncombinatie is daar bijna niet mogelijk. Een medewerker die daar aanwezig was zei tegen mij dat de auto niet schoon hoefde en zei "rijd maar weer weg". Dat was de baas of de zoon van de baas volgens mij. Deze persoon zei ook dat de schapen niet nat mochten worden. De afstand tussen de schoonmaakplaats en de schapen was ongeveer een halve meter. Er is ookniet door het slachthuis afgetekend in de R en O boekjes, er heeft immers geen reiniging en ontsmetting plaatsgevonden. Ik heb hierop geen contact gehad met [vennoot eiseres] over hoe te handelen of onderweg ergens anders schoon te maken. Ik wist wel dat ik schoon moest zijn, maar had geen zin om daar nog 2,5 tot 3 uur te moeten wachten. Ik moet ook nog kalveren gaan laden nu bij een verzamelcentrum en wil de auto daar schoonmaken. Maar als u zegt dat u dat niet wilt hebben ga ik naar de zaak in [plaats] om hem daar schoon te maken. Het kan daar ook. Ik kan er verder weinig aan toevoegen."
De toezichthouders hebben de chauffeur hierop een rapport van bevindingen aangezegd. Ook hebben zij met de chauffeur de afspraak gemaakt dat het vervoermiddel alsnog gereinigd en ontsmet zou worden op de locatie van [eiseres] .
De volgende dag zijn de toezichthouders naar [slachthuis] Slachterij te [plaats] gegaan, waar zij de exploitant van dit slachthuis als getuige hebben gehoord. De exploitant verklaart onder meer dat ze na het lossen van de vrachtauto en aanhanger van eiseres erachter kwamen dat de hogedrukreiniger defect was, zeer vermoedelijk kapot gevroren, en dat hij van de storing een notitie heeft gemaakt. De toezichthouders zien op het getoonde document "controlelijst schoonmaak veetransport" bij het betreffende vervoermiddel van eiseres op die datum de opmerking: "Hogedruk stuk Schoonmaken kon niet".
Op donderdag 29 maart 2018, heeft de toezichthouder een van de vennoten van eiseres (de gemachtigde van eiseres) verhoord, die daarbij onder meer verklaarde:
“
Het wordt maar bij ons neergelegd en dat vind ik niet normaal als je daar niet goed schoon kunt maken. Er controleert daar niemand op.[…]
Er worden daar misschien wel 500 tot 700 schapen aangevoerd. Ik vind dat je dan een washal moet hebben, zo denk ik erover. De boetes zijn niet mals en het wordt bij ons, de vervoerder neergelegd. […]
Nogmaals, ik vind dat het slachthuis voor de mogelijkheid moet zorgen dat wij goed kunnen reinigen en ontsmetten of voor een locatie in de buurt moeten zorgen waar dat uitgevoerd kan worden. Waar moeten wij schoon gaan maken? Ik wil niet bewust een boete riskeren. Bij [naam] bij Zwolle nemen ze 's avonds geen telefoon meer op en wonen niet in de buurt. Het was 's avonds ook nog vorstig en dan zeggen ze dat het water van de hogedrukreiniger af is en niet meer schoon kunnen maken. Ik zou niet weten waar we 's avonds anders schoon hadden kunnen maken. Van [plaats] naar Zwolle is ongeveer een half uur rijden, drie kwartier verder en hij was weer bij [plaats] in Jistrum, waar hij ook de schapen geladen had. Dan zie ik het probleem niet en minste kans op versleping van ziekten als hij daar de reiniging en ontsmetting weer uitvoert. Dat heeft hij nu ook gedaan. De vrachtauto op het slachthuis laten staan kon ook niet want ik zou niet weten hoe ik 's nachts nog een andere vrachtauto kon regelen voor de volgende morgen. Hij moest de volgende morgen kalveren laden in Groningen.[…]
Ik vind het onterecht dat de bekeuring bij mij neergelegd wordt en dat zo'n slachthuis open gehouden wordt."
Hierop heeft de toezichthouder hem een rapport van bevindingen aangezegd en gezegd dat de NVWA hiervoor aan eiseres een boete kan opleggen, aldus het rapport van bevindingen.