Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..Het verzoek tot verbetering
3..De beoordeling
4..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak tussen eiser en gedaagde heeft de kantonrechter een herstelvonnis uitgesproken op grond van artikel 31 Rv Pro. Het oorspronkelijke vonnis van 20 november 2020 bevatte kennelijke rekenfouten in de vaststelling van de huurachterstand en de daarbij behorende incassokosten en wettelijke rente.
Eiser heeft bij brief verzocht deze fouten te herstellen, waarbij het bedrag van de hoofdsom en de rente niet correct waren weergegeven. Gedaagde heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid zich over dit verzoek uit te laten. De kantonrechter heeft geoordeeld dat het herstel passend is en heeft de punten 4.1, 4.4 en het dictum van het vonnis aangepast.
De correctie houdt in dat de betalingen van gedaagde eerst in mindering worden gebracht op de buitengerechtelijke incassokosten, daarna op de vervallen rente en vervolgens op de huurachterstand zelf, waardoor de resterende hoofdsom € 10.176,87 bedraagt. Tevens is de rente over dit bedrag vanaf 19 augustus 2020 tot volledige voldoening toegewezen.
Het herstelvonnis vervangt het eerdere vonnis en het eerder afgegeven executoriale afschrift wordt ongeldig verklaard. De griffier zal een nieuw afschrift in executoriale vorm verstrekken. Het meer of anders gevorderde is afgewezen.
Uitkomst: Het vonnis wordt hersteld en gedaagde veroordeeld tot betaling van € 10.176,87 plus wettelijke rente.