Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2] ,
Rechtbank Rotterdam
Tussen verhuurder en huurders bestond een huurovereenkomst voor zelfstandige woonruimte vanaf 24 april 2020 tot 23 april 2022. De huurders zijn in gebreke gebleven met de betaling van de huur, waardoor een aanzienlijke huurachterstand is ontstaan.
De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst, betaling van de achterstallige huur inclusief rente en incassokosten, en ontruiming van het gehuurde. De huurders betwisten onder meer de ontvangst van de opzeggingsbrief en het bestaan van een tussentijdse opzegging.
De kantonrechter oordeelt dat de opzeggingsbrief niet is ontvangen en dat de huurovereenkomst derhalve voortduurt. De huurders zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de huurachterstand. De gevorderde incassokosten en wettelijke rente worden toegewezen. De ontbinding en ontruiming worden gerechtvaardigd geacht en toegewezen met een ontruimingstermijn van 14 dagen.
De huurders worden veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, rente, incassokosten en proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de verhuurder direct kan overgaan tot ontruiming indien nodig.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurders worden veroordeeld tot betaling van achterstallige huur, incassokosten, rente en ontruiming binnen 14 dagen.